Nierstenen ontstaan wanneer je urine een te hoge concentratie van bepaalde stoffen bevat. Daardoor klonteren die stoffen samen. Zo vormen ze kristallen die kunnen uitgroeien tot een steen. Veel mensen hebben zulke stoffen in hun urine, maar niet iedereen krijgt nierstenen.
Waardoor krijg je nierstenen?
Nierstenen komen vaak voor. Bij sommige mensen blijft het bij één niersteen. Bij anderen komen nierstenen terug.
Verschillende factoren verhogen het risico op nierstenen, bijvoorbeeld:
- erfelijke aanleg
- bepaalde voedingsgewoonten
- te weinig drinken
- urineweginfecties
- stofwisselingsstoornissen
- sommige aandoeningen
Welke klachten geven nierstenen?
Mogelijke klachten zijn:
- een nierkoliek
Dat is een plotse, hevige pijn in je zij of onderrug die kan uitstralen naar je lies. Veel mensen zijn daardoor rusteloos en vinden geen comfortabele houding. - misselijkheid of braken
- zweten
- bloed in de urine
Heb je koorts, koude rillingen of troebele urine? Neem dan meteen contact op met een arts. Die klachten kunnen wijzen op een infectie of een obstructie van de nier.
Hoe stellen we de diagnose?
De arts vraagt naar je klachten (anamnese). Het typische pijnpatroon van een nierkoliek geeft vaak al een sterke aanwijzing.
Daarnaast kunnen we ook deze onderzoeken uitvoeren:
- een urine- en bloedonderzoek
Zo sporen we een infectie of andere afwijking op. - een echografie van de buik
Met een echografie bekijken we of het afvoersysteem van de nier uitgezet is doordat de urine niet goed weg kan. We volgen er ook gekende nierstenen mee op. - een CT-scan van de buik
Een CT-scan toont waar de niersteen zit en hoe groot hij is.
Hoe behandelen we nierstenen?
Bij een nierkoliek starten we meestal met pijnstillers en geneesmiddelen die de urineleider ontspannen. Zo kan de steen makkelijker uitgeplast worden.
We vragen je om door een urinezeefje te plassen. Als je de steen opvangt, kunnen we hem onderzoeken. Dat helpt om de oorzaak te achterhalen en nieuwe nierstenen te voorkomen.
Plas je de steen niet vanzelf uit? Dan bekijken we welke behandeling voor jou het meest geschikt is. Dat hangt af van de plaats, de grootte en de hardheid van de steen.
Mogelijke behandelingen zijn:
- ureterorenoscopie
Via een fijne camera verwijderen we de steen uit de urineleider of nier - niersteenverbrijzeling (ESWL)
We verbrijzelen de steen met shockgolven van buitenaf. De fragmenten plas je daarna uit. - endoscopische niersteenverwijdering (ECIRS)
Bij grotere of moeilijk bereikbare nierstenen combineren we de ureterorenoscopie met een rechtstreekse toegang tot de nier via een kleine incisie in de flank
Hoe voorkom je nieuwe nierstenen?
Of je opnieuw nierstenen krijgt, hangt af van de oorzaak. Vaak helpen eenvoudige maatregelen al:
- voldoende drinken
- je voeding aanpassen
Je uroloog bespreekt samen met jou welke adviezen voor jou belangrijk zijn.
Krijg je toch opnieuw nierstenen of vermoeden we een stofwisselingsstoornis? Dan kunnen we bijkomend onderzoek doen zoals een 24-uurs urinecollectie en een uitgebreid bloedonderzoek. Op basis van de resultaten geven we jou advies op maat. Soms schrijven we medicatie voor om nieuwe nierstenen zoveel mogelijk te voorkomen.