Als na het plassen urine in de blaas achterblijft, kunnen mineralen in die urine samenklonteren tot een steen. Die steen kan klein blijven of geleidelijk groter worden.
Waardoor krijg je blaasstenen?
Blaasstenen ontstaan meestal wanneer de blaas niet volledig leeg raakt.
Dat kan komen door bijvoorbeeld:
- een vergrote prostaat
- een vernauwing van de urinewegen
- een neurologische aandoening
- langdurig gebruik van een blaaskatheter
Soms zakt een niersteen naar de blaas. Daar kan hij verder aangroeien.
Welke klachten geven blaasstenen?
Mogelijke klachten zijn:
- pijn in de onderbuik
- een branderig gevoel bij het plassen
- vaak moeten plassen
- een onderbroken urinestraal
- bloed in de urine
- terugkerende urineweginfecties
Kleine blaasstenen geven niet altijd klachten.
Hoe stellen we de diagnose?
Afhankelijk van je klachten voeren we deze onderzoeken uit.
- Echografie van de buik
Daarmee brengen we de blaassteen in beeld. We kijken ook of er een onderliggende oorzaak is, zoals een vergrote prostaat. - CT-scan van de buik
Een CT-scan toont hoe groot de blaassteen is en laat ook eventuele nierstenen zien. - Cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas)
Soms is een cystoscopie nodig. De uroloog brengt dan onder lokale verdoving een fijne camera via de plasbuis in de blaas. Zo bekijken we de blaas en plasbuis van dichtbij. Als je dat wilt, kan je tijdens het onderzoek meekijken.
Hoe behandelen we blaasstenen?
De behandeling hangt af van de grootte van de steen en van de oorzaak.
Kleine blaasstenen verdwijnen soms vanzelf. Is dat niet het geval? Dan verwijderen we de steen meestal via een endoscopische behandeling (cystolithotripsie). Daarbij verbrijzelen we de steen en verwijderen we de stukjes via de urinewegen.
Als de blaas niet goed leeg raakt, behandelen we ook dat probleem. Zo verkleinen we de kans dat er opnieuw blaasstenen ontstaan.
Hoe voorkom je nieuwe blaasstenen?
De beste manier om nieuwe blaasstenen te voorkomen, is de onderliggende oorzaak behandelen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een urineweginfectie, een blaas die niet volledig leeg raakt of vreemd materiaal, zoals een blaaskatheter.