Blaaskanker komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen, maar bij vrouwen wordt vaker een verder gevorderd stadium van de ziekte vastgesteld. De meest voorkomende vorm van blaaskanker heet urotheelcelcarcinoom. Dat betekent dat de tumor is ontstaan uit cellen van het slijmvlies van de blaas.
Er is een belangrijk verschil tussen oppervlakkige en diepere (spierinvasieve) blaastumoren. Bij die laatste tumoren is de blaasspier al aangetast door kwaadaardige cellen.
Waardoor krijg je blaaskanker?
Roken en professionele blootstelling aan bepaalde chemische stoffen zijn de belangrijkste risicofactoren voor blaaskanker. Een onmiddellijke rookstop is dan ook ten zeerste aanbevolen.
Welke klachten geeft blaaskanker?
Mogelijke symptomen zijn:
- Bloed in de urine (rood of bruine verkleuring)
- Pijn bij het plassen
- Vaker of dringender moeten plassen dan normaal
Zulke klachten zijn niet altijd het gevolg van blaaskanker, maar kunnen ook wijzen op een urineweginfectie. Raadpleeg altijd je huisarts als je ze ervaart. Je huisarts kan de klachten evalueren en je zo nodig doorverwijzen naar de uroloog.
Hoe stellen we de diagnose?
- Microscopisch onderzoek van de urine (cytologie): een urinestaal wordt onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kwaadaardige cellen
- Cystoscopie: dit is het meest geschikte onderzoek. De uroloog gaat onder lokale verdoving met een fijne camera via de plasbuis tot in de blaas. Als je dat wil, kan je tijdens het onderzoek meevolgen
- CT-scan van de buik: dit onderzoek heeft een tweeledig doel. Enerzijds eventuele uitzaaiingen opsporen. Anderzijds de hogere urinewegen – urineleiders en nieren – evalueren, want die kunnen ook aangetast zijn
Hoe behandelen we blaaskanker?
Om de behandeling van blaaskanker te bepalen, maken we een onderscheid tussen de verschillende stadia van de ziekte.
Oppervlakkige blaastumoren
Deze blaastumoren tasten alleen de binnenste lagen aan – het slijmvlies en bindweefsel. Ze groeien nog niet tot in de blaasspier.
De behandeling bestaat doorgaans uit:
- een transurethrale resectie van de blaas (TUR blaas)
- eventueel aangevuld door blaasspoelingen met chemotherapie of immunotherapie
Spierinvasieve blaastumoren
Deze blaastumoren zijn tot in de spierlaag gegroeid. Ze hebben een hoog risico op uitzaaiingen en vereisen dus ook een agressievere aanpak met – afhankelijk van het ziektestadium – een of meerdere van deze behandelingen:
- Chirugisch wegnemen van de blaas: radicale cystectomie
- Chemotherapie
- Immunotherapie
- Radiotherapie