Directe, concrete vragen
U kunt met directe en concrete vragen het gesprek over het cognitief functioneren aanvatten. Bv.
- Merkt u veranderingen op in uw aandacht?
- Kan u nog dezelfde concentratie volhouden als voorheen?
- Kan u afspraken of gesprekken nog even gemakkelijk onthouden?
Voor patiënten die aangeven dat cognitieve klachten het dagelijks functioneren beïnvloeden, is erkenning een belangrijke stap. Probeer even mee in hun schoenen te staan en benoem dat het lastig moet zijn. Zonder te willen minimaliseren, kunt u ook aangeven dat ze alleen zijn. Veel patiënten hebben gelijkaardige klachten tijdens en na de kankerbehandeling.
Stel verdere vragen. Zo brengt u mogelijk aan het licht dat het probleem zich beperkt tot bepaalde situaties en dat de patiënt veel dingen wel nog kan. Dat helpt hem of haar om de klachten deels te relativeren.
Het is ook belangrijk om het probleem en de mogelijke oorzaken toe te lichten. Zo kan de patiënt de klachten begrijpen en leren om ermee om te gaan.
Betrek ook de familie
Cognitieve disfunctie is niet altijd zichtbaar voor de omgeving. Toch kan het interessant zijn om ook de partner of de familie te bevragen over mogelijke veranderingen in de cognitie van de patiënt.
Omdat cognitieve klachten moeilijk te objectiveren zijn, bestaat het gevaar dat de omgeving ze minimaliseert. Door ze ook aan de naasten van de patiënt toe te lichten, krijgen zij beter inzicht in de oorzaak en het probleem.