Bij een blaasinstillatie brengen we door een sonde (een hol, soepel buisje) een vloeistof in de blaas . Die behandeling verkleint de kans dat tumorcellen in de blaaswand terugkomen.
We starten de behandeling nadat de zichtbare tumor tijdens een operatie uit de blaas is verwijderd. De blaasinstillaties worden gespreid over verschillende weken of maanden. Je uroloog stelt daarvoor een persoonlijk behandelschema op.
- Welke soorten blaasinstillaties zijn er?
- Hoe bereid je je voor?
- Hoe verloopt de behandeling?
- Waar moet je na de behandeling op letten?
- Welke bijwerkingen zijn normaal?
- Wanneer neem je contact op?
- Samengevat
Welke soorten blaasinstillaties zijn er?
Welke vloeistof we in de blaas brengen, hangt af van het type tumorcellen.
Chemotherapie
Chemotherapie (mitomycine/epirubicine) heeft een antitumorale werking bij de meeste oppervlakkige kankergezwellen in de blaas. De chemotherapie kan kleine tumorcellen in de blaaswand vernietigen.
BCG
Bacillus Calmette-Guérin (BCG) is oorspronkelijk een vaccin tegen tuberculose. Bij blaaskanker lokt het een plaatselijke ontstekingsreactie uit. Daardoor valt je afweersysteem de achtergebleven kankercellen in de blaaswand aan.
Hoe bereid je je voor?
Bel op de dag van de behandeling vóór 9.30 uur naar de polikliniek Urologie op 09 332 22 78 om je afspraak te bevestigen. Vermeld tijdens dat gesprek of:
- je de voorbije week tekenen had die wijzen op een blaasontsteking zoals branderig, pijnlijk, moeilijk of vaak plassen.
- je de voorbije week koorts had
- je zichtbaar bloed plast
In sommige gevallen stellen we de behandeling dan uit.
Nadat je je afspraak hebt bevestigd, vragen we de ziekenhuisapotheek om de chemotherapie of BCG klaar te maken.
Drink vanaf zes uur vóór de behandeling zo weinig mogelijk, het best niet meer dan één glas of kop. Zo blijft de vloeistof in de blaas voldoende geconcentreerd. Neem eventuele vochtafdrijvende medicatie pas een uur na de behandeling in.
Hoe verloopt de behandeling?
De verpleegkundige vraagt eerst of je na de vorige behandeling bijwerkingen hebt gehad.
Daarna verwijder je je onderkleding en ga je op de behandelingstafel liggen.
De verpleegkundige brengt een dunne sonde via de plasbuis in de blaas. Eerst maken we de blaas leeg. Daarna spuiten we de chemotherapie of BCG via de sonde in de blaas. Na de toediening verwijderen we de sonde opnieuw.
De behandeling zelf duurt ongeveer tien minuten.
Het plaatsen en verwijderen van de sonde doet meestal geen pijn, maar veel mensen ervaren het wel als onaangenaam. Ook de vloeistof in de blaas kan je voelen.
Chemotherapie en BCG mogen niet in contact komen met de huid. Daarom neemt de verpleegkundige tijdens de toediening de nodige beschermingsmaatregelen. Zodra de vloeistof in de blaas zit, vormt de blaaswand een natuurlijke barrière en is er geen gevaar meer.
Waar moet je na de behandeling op letten?
De chemotherapie of BCG moet één uur in de blaas blijven. Tijdens dat uur kan je sterke plasdrang voelen. Probeer toch niet te plassen. Omdat je vooraf weinig hebt gedronken, zit er op dat moment maar ongeveer 60 ml urine in je blaas. Ter vergelijking: een normale plas bedraagt ongeveer 350 ml.
Na één uur ga je zittend plassen. Ook mannen plassen zittend om spatten te voorkomen. De urine heeft een andere kleur dan normaal. Spoel daarna het toilet twee keer door met gesloten deksel. Was je handen en schaamstreek met water en zeep. Blijf deze hygiënische maatregelen nog acht uur volgen.
Drink de rest van de dag minstens één liter water. Zo plas je de resten van de chemotherapie of BCG sneller uit.
Ben je een man en heb je seksuele betrekkingen? Gebruik dan tijdens de eerste week na de behandeling altijd een condoom.
Ben je een vrouw in de vruchtbare leeftijd? Dan gebruikt je mannelijke partner tijdens de volledige behandelingsperiode een condoom.
Welke bijwerkingen zijn normaal?
Na chemotherapie
Je kan tijdelijk last hebben van:
- branderig of pijnlijk plassen
- vaker moeten plassen
- moeilijker kunnen plassen
- een beetje bloed in de urine
Die klachten zijn normaal en verdwijnen meestal binnen twee dagen.
Duren ze langer? Neem dan contact op met je arts.
Na BCG
Je kan tijdelijk last hebben van:
- lichte koorts (tot 38,5 °C)
- vermoeidheid
- misselijkheid
- hoofdpijn
- spierpijn
- branderig, pijnlijk, moeilijk of vaker plassen
- een beetje bloed in de urine
Ook deze klachten verdwijnen meestal binnen twee dagen.
Duren ze langer? Neem dan contact op met je arts.
Wanneer neem je meteen contact op?
Kan je één uur na de behandeling nog altijd niet plassen? Drink dan veel water.
Lukt het een uur later nog altijd niet? Neem dan onmiddellijk contact op met de polikliniek of met je huisarts. Vertel erbij dat je een blaasinstillatie met chemotherapie of BCG kreeg.
Na chemotherapie
Krijg je een allergische reactie aan de handen of de geslachtsdelen? Verwittig dan je uroloog vóór de volgende behandeling.
Deze bijwerking komt weinig voor en verdwijnt meestal binnen een of twee dagen.
Na BCG
Neem onmiddellijk contact op met je uroloog of huisarts als je last krijgt van:
- hoge koorts (meer dan 39 °C)
- koude rillingen
- een lage bloeddruk
- een snelle hartslag
- verwardheid
- aanhoudende gewrichtspijn
- kortademigheid
- jeuk over het hele lichaam
- netelroos
Vertel altijd dat je een blaasinstillatie met BCG kreeg.
Samengevat
- Bel op de dag van de behandeling vóór 9.30 uur naar de polikliniek Urologie om je afspraak te bevestigen: 09 332 22 78.
- Meld koorts, bloed in de urine of klachten van een blaasontsteking.
- Drink vanaf zes uur vóór de behandeling maximaal één glas of kop. Neem plaspillen pas een uur na de behandeling.
- Houd de chemotherapie of BCG één uur in de blaas.
- Plas daarna zittend en spoel het toilet twee keer door met gesloten deksel.
- Was je handen en schaamstreek met water en zeep en blijf dat nog acht uur doen.
- Neem onmiddellijk contact op bij ernstige klachten of als je niet meer kan plassen.