Langdurige vermoeidheid is een van de belangrijkste neveneffecten van een kanker(behandeling). Ze beïnvloedt in sterke mate de levenskwaliteit van patiënten en hun naasten.
Kankergerelateerde vermoeidheid verbetert vaak het eerste jaar na de behandeling. Toch heeft ongeveer 25 tot 30 procent van de patiënten er langdurig last van. De klacht wordt bovendien vaak onvoldoende herkend en behandeld.
Definitie
Kankergerelateerde vermoeidheid wordt door de National Comprehensive Cancer Network (NCCN) omschreven als een subjectieve, stresserende ervaring die wordt gekenmerkt door fysieke, emotionele of cognitieve vermoeidheid. Ze is een gevolg van de kanker of van de kankerbehandeling. De vermoeidheid staat niet in verhouding tot een recente activiteit en belemmert het normale functioneren.
Deze definitie duidt op de verschillende dimensies van vermoeidheid en ook op de ongewone vorm. Kenmerkend voor ongewone vermoeidheid is dat ze onverwacht en onvoorspelbaar is, uitgesproken en langdurig aanwezig, waarbij er geen duidelijk verband is met inspanning en waarbij rust of slaap maar in beperkte mate helpt.
|
Ongewone vermoeidheid |
Gewone vermoeidheid |
|---|---|
|
Onverwacht, onvoorspelbaar |
Verwacht, voorspelbaar |
|
Uitgesproken klacht |
Normaal proces |
|
Langdurig |
Kortdurend |
|
Geen duidelijk verband met een inspanning, geen duidelijke oorzaak |
Duidelijk verband met een inspanning, duidelijke oorzaak |
|
Rust of slaap helpen onvoldoende |
Rust of slaap helpen |
Oorzaken
Het onderliggende mechanisme van ongewone of kankergerelateerde vermoeidheid is een complex, multifactorieel proces waarbij biopsychosociale factoren een rol spelen.
Psychologische factoren zoals angst voor herval, depressieve gevoelens en copingstijl staan in nauw verband met vermoeidheidsklachten. Ook fysieke klachten zoals pijn worden eraan gecorreleerd. Het proces van vermoeidheid wordt dus individueel sterk verschillend ervaren.
Ook de behandeling kan de nodige impact hebben. Zo rapporteren patiënten behandeld met chemo- of radiotherapie doorgaans een ernstigere vermoeidheid dan patiënten die alleen chirurgie ondergingen. De duur van de behandeling speelt ook een belangrijke rol. De klachten komen ook voor bij hormoon-, doelgerichte en immuuntherapie en na stamceltransplantatie.
De specifieke mechanismen betrokken in de pathofysiologie bij kankergerelateerde vermoeidheid, zijn onbekend. Hoewel er veel gespeculeerd wordt over de rol van biologische factoren, is het onderzoek ernaar beperkt. Bepaalde studies geven aan dat een aanhoudende activering van het immuunsysteem en chronische onstekingsprocessen mee aan de basis kunnen liggen.
De vermoeidheid kan door de omgeving van de patiënt gesteund en gedragen worden of net geminimaliseerd worden. In het laatste geval is het mogelijk dat de vermoeidheid versterkt wordt door gevoelens van onbegrip.
Citaat
Dit citaat van een patiënt in de nazorgfase illustreert de rol van de omgeving.
‘Die vermoeidheid is zo ongelooflijk frustrerend. Ik zeg dan: “ja, ik ben moe”, anderen antwoorden dan: “ja, ik loop ook wat moe.” Maar die vermoeidheid is zo specifiek na kanker, dat het op den duur deugd doet om mensen rond je te hebben die perfect weten wat het is. Het is een klop van de hamer, je kan niets meer doen.’
Belang van informatie en begeleiding
Vermoeidheid was het belangrijkste fysieke symptoom dat de kwaliteit van leven aantastte bij patiënten met een lymfoom volgens het laatste Belgische rapport. Patiënten werden echter vaak niet geïnformeerd over hun vermoeidheid of doorverwezen voor verdere ondersteuning door hun artsen.
Vandaar het pleidooi om als zorgverlener genoeg aandacht te schenken aan vermoeidheid vanaf de diagnose tot in de nazorgfase, klachten te exploreren en de nodige begeleiding en info te verstrekken.