We focussen ons op niet-farmacologische interventies. Blijkt uit de anamnese dat de patiënt kampt met klachten die vermoeidheid in de hand werken, zoals anemie, pijn, koorts, slaapstoornissen en diarree, dan is een medicamenteuze of curatieve aanpak wel een belangrijke stap.
Counseling
In eerste instantie laten we de patiënt zelf met de vermoeidheid aan de slag gaan.
Tips om de dagelijkse activiteiten te organiseren
- Balansoefening: de patiënt gaat op zoek naar activiteiten die hem energie geven of energie kosten. Op basis daarvan kan de patiënt prioriteiten bepalen.
- Essentiële opdrachten onderscheiden van optionele taken: de patiënt deelt zijn dag zodanig in dat hij over voldoende energie beschikt voor minstens de essentiële taken.
- Gelijkmatig verdelen van activiteiten: bv. niet op maandag het huis willen poetsen, maar wel verspreid over twee dagen.
- De intensiteit waarmee activiteit worden uitgevoerd aanpassen.
- Taken of activiteiten delegeren aan bv. gezinsleden: de kinderen kunnen de vaatwasser leegmaken.
- Een gedetailleerde dagplanning met voldoende korte momenten van rust
Tips om te rusten
- Regelmatig een korte rustpauze inlassen van 20 à 30 min. is beter dan bv. een lang middagdutje van een uur. Zo wordt het slaappatroon minder verstoord en vermijd je spierafbraak door te lang stil te liggen.
- De nood aan rustmomenten verschilt sterk van persoon tot persoon en hangt af van de ernst van de vermoeidheid.
- De patiënt kan de rustmomenten ook proactief inplannen, zonder echt moe te zijn.
Patiënten vinden de korte, regelmatige rustpauzes een gouden tip en geven aan dat ze veel meer hebben aan hun dag en avond.
Fysieke activiteit en training
Fysieke activiteit heeft van alle interventies de grootste impact op kankergerelateerde vermoeidheid. Onderzoek toont duidelijk het effect van een actieve levensstijl op vermoeidheidsklachten. De evidentie is ook groot dat bewegen bijdraagt tot minder angst, minder depressieve gevoelens en een betere levenskwaliteit.
De meeste mensen hebben de neiging langer te rusten wanneer de vermoeidheid toeslaat. Maar het effect kan omgekeerd zijn: hoe meer je rust, hoe vermoeider je je kunt voelen. Het advies is dus om ondanks de vermoeidheid voldoende te bewegen. Lichaamsbeweging is meer dan sporten. Het kan ook gaan over bv. huishoudelijk werk, klussen, zich te voet of met de fiets verplaatsen, bewegen op het werk. Afhankelijk van de mogelijkheden van de patiënt kan u bekijken wat de eerste stappen zijn.
Als zorgverlener kadert u het belang van fysieke activiteit en moedigt u uw patiënt aan om in de mate van het mogelijke te (blijven) bewegen. Sommige patiënten denken ten onrechte dat je moet rusten als je een behandeling krijgt.
Informeer de patiënt al kort na de diagnose over vermoeidheid als gevolg van de ziekte en de behandeling en over hoe hij zelf met die vermoeidheid kan omgaan. Push de patiënt niet, maar informeer hem wel over de gunstige effecten van fysieke activiteit tijdens en na de behandeling. Wacht u om beweging aan te raden tot na de behandeling, dan begint de patiënt met een achterstand, net op het moment dat hij het zwakst en het meest uitgeput is.
Patiënten die voor hun ziekte niet fysiek actief waren, laten zich moeilijker aanzetten tot beweging. Het zou goed zijn dat ook zij al tijdens de behandeling de mentale klik maken dat bewegen effectief loont.
Onderzoek toont bovendien aan dat patiënten in alle veiligheid fysiek actief kunnen zijn tijdens de kankerbehandeling. De American Sports Of Medicine pleit er dan ook voor om fysieke activiteit op te nemen als deel van de standaardbehandeling.
Psychologische interventies
U start het best psychologische hulpverlening op als de vermoeidheid meer dan een jaar aansleept of gepaard gaat met stress, angst, neerslachtige gevoelens of slaapproblemen.
Interventies zoals mindfulness of psychotherapie worden door het National Comprehensive Cancer Network (NCCN) als ‘categorie 1’ aangegeven. Dat betekent dat ze gebaseerd zijn op een hoge evidentie met een uniforme consensus dat de interventies geschikt zijn.
Alternatieve interventies
Voedingsadvies
Tijdens en na de kankerbehandeling kunnen 2 problemen voorkomen rond een gestoorde voedingsbalans: ondervoeding en gewichtstoename. Iemand met een te hoog BMI voelt zich sneller vermoeid, iemand met ondervoeding heeft ook een tekort aan energie.
Er bestaan geen harde bewijzen over de relatie tussen kankergerelateerde vermoeidheid en voeding. Toch is een goede voedingsbalans bij kankerpatiënten van groot belang en wordt voedings- en dieetadvies als mogelijke interventie aangeraden.
Klinische studies naar het gebruik van supplementen (bv. ginseng) bij kankergerelateerde vermoeidheid zijn beperkt.
Therapeuthische massage
Een zorgmassage kan een positief effect hebben op kankergerelateerde vermoeidheid. Het NCCN spreekt van een categorie 1-advies. Er is dus een hoog niveau van evidentie en er bestaat een uniforme consensus dat de interventie geschikt is. Maar ondanks dat advies is het onderzoek naar het effect van zorgmassages nog heel beperkt, u bespreekt dit nog altijd het best met de behandelende arts.