Het sleutelbeen (clavicula) verbindt het schouderblad met het borstbeen en speelt een grote rol in de beweeglijkheid van de arm. Het is een lang, dun bot waarvan het grootste deel alleen bedekt is door de huid en dus goed voelbaar is. Onder het sleutelbeen liggen belangrijke zenuwen en bloedvaten die naar de arm toelopen.
Een sleutelbeenbreuk is één van de meest voorkomende botbreuken. Er zijn drie soorten sleutelbeenfracturen:
- mediaal (binnenkant)
- lateraal (buitenkant)
- in het middengedeelte van het bot: de meest voorkomende breuk
Ook breuken met meerdere letsels en verplaatsingen komen voor.
Bij kinderen gaat het vaak om een twijgbreuk. De breuk is beperkt tot het bot zelf, het beenvlies rond het bot is nog intact.
Oorzaken
Een sleutelbeenbreuk wordt meestal veroorzaakt door een val op de schouder of op de uitgestrekte arm. Sporters zoals wielrenners, ruiters en contactsporters lopen daardoor meer risico. Ook verkeersongevallen veroorzaken vaak een gebroken sleutelbeen.
Symptomen
- Pijn in de schouder en ter hoogte van het sleutelbeen. De pijn vermindert als je de arm ondersteunt
- Zwelling en blauwe plek (ecchymose) ter hoogte van het sleutelbeen
- De schouder maar beperkt kunnen bewegen, ook door de pijn
- Krakend of schurend geluid als je de arm beweegt
- Afhangende schouder
- Een uitstekend bot. Het bot duwt tegen de huid aan, maar hoeft daarom niet door de huid te boren
- Heel soms voosheid
Onderzoek en diagnose
De arts stelt vragen over het ongeval en voert een lichamelijk onderzoek uit. Dankzij de ligging van het bot kan de arts meestal al met zekerheid vaststellen of het sleutelbeen gebroken is.
Met een röntgenfoto wordt de omgang en het soort breuk vastgesteld. De arts gaat ook na of er een bloedvat of zenuw geraakt is.
Behandeling
Conservatieve behandeling
In de meeste gevallen, ook bij kinderen, geneest een sleutelbeenbreuk vanzelf en is een operatie niet nodig. De conservatie behandeling bestaat uit:
- Pijnmedicatie
- Rust
- IJskompres
- Drie tot vijf weken lang de arm ondersteunen met een draagdoek (mitella) of een cijfer 8-verband (strak verband rond de schouderzone)
- Zodra de pijn vermindert en de arts ze toelaat: draaioefeningen om stijfheid te voorkomen
Na vier tot zes weken moet je de arm weer goed kunnen bewegen.
Tijdens en ook na het genezingsproces kan je een verdikking voelen op de plaats van de breuk. Soms is het bot ook korter. Die zaken hebben geen invloed op de functie van de schouder.
Soms geneest de breuk niet en ontstaat er een pseudartrose (vals gewricht). Als die te veel pijn veroorzaakt, wordt een operatie aangeraden.
Operatie
Er wordt geopereerd als:
- Een botstuk door de huid gaat (open fractuur)
- De breuken ingewikkeld is of de verplaatsing van de botstukken aanzienlijk
- Een sneller herstel nodig is om professionele redenen, bv. bij topsporters
- Een sleutelbeenbreuk niet vanzelf geneest (pseudartrose)
Verloop operatie
De breuk wordt vastgezet met een metalen plaat en schroeven of met een pin die in het mergkanaal van het bot wordt geplaatst.
De operatie vindt plaats onder algemene verdoving. Je verblijft één nacht in het ziekenhuis.
Complicaties
Na elke operatie zijn complicaties mogelijk. Gelukkig zijn ze eerder zeldzaam. De meest voorkomende zijn problemen met de verdoving, een infectie, wondproblemen, frozen shoulder en schade aan de zenuw.
Revalidatie en herstel
Het resultaat van de schouderoperatie hangt af van de leeftijd, de levensstijl, de algemene gezondheid en de revalidatie.
Na de operatie ondersteun je de arm met een draagdoek. Je mag meteen lichte bewegingen uitvoeren. Je wacht wel het best om zware gewichten te dragen of sport uit te oefenen tot de breuk volledig genezen is.