Onderzoekers van de afdeling Reproductieve geneeskunde kunnen aan de hand van een zelfontwikkelde diagnosetest bepalen hoe groot de eicelactiverende capaciteit van de zaadcellen is. Op die manier kunnen ze inschatten waarom ICSI-behandelingen falen. In die zogenoemde muizentest - mouse oocyte activation (MOAT) - heeft onze afdeling een wereldwijde reputatie opgebouwd.
Humane zaadcellen worden in muizeneicellen geïnjecteerd om hun eicelactiverende capaciteit na te gaan. Humane zaadcellen zijn immers in staat om muizeneicellen te activeren. De te onderzoeken zaadcellen worden dan vergeleken met humane zaadcellen waarvan is aangetoond dat ze in staat zijn om te bevruchten.
Als de muizentest aantoont dat de zaadcellen geen of een verminderd activatievermogen bezitten, dan weten we dat tijdens de volgende ICSI-poging geassisteerde eicelactivatie nodig zal zijn.
Wijst de test uit dat de zaadcellen wél genoeg activatievermogen hebben, dan vermoeden we dat het falen van de ICSI-behandeling samenhangt met een eicelfactor. Op basis van de voorgeschiedenis van de patiënt beslissen we dan om bij de volgende ICSI-poging al dan niet geassisteerde eicelactivatie toe te passen op alle of op een deel van de eicellen.