Een tracheacanule is een buisje dat via een opening in de hals in de luchtpijp wordt ingebracht. Dat buisje wordt vastgemaakt rond de hals met een lint of bandje. Via de canule kan je ademen.
Wanneer?
De canule wordt in bepaalde situaties geplaatst, bv.:
- als je langdurige beademing nodig hebt
- bij een obstructie van het bovenste gedeelte van je luchtwegen ten gevolge van een tumor, zwelling, littekenweefsel …
- als je je verslikt in speeksel
De ingreep
Een arts van de dienst Intensieve zorg, Gelaats- en halsheelkunde of Thoracale en vasculaire heelkunde brengt de tracheacanule in. Dat kan met een chirurgische ingreep of een procedure waarbij een kleine opening geleidelijk vergroot wordt. De behandeld arts bepaalt welke ingreep geschikt is en waar die uitgevoerd wordt: op intensieve zorg of in het operatiekwartier.
Deze routine-ingreep gebeurt altijd onder verdoving en neemt niet veel tijd in beslag.
Voordelen
- Je ervaart minder irritatie van het mond- en keelslijmvlies en van de stembanden. Daardoor is er minder behoefte aan pijnbestrijding
- Een betere mondhygiëne is mogelijk
- Je kan gemakkelijker slijmen ophoesten
- De ontwenning van de beademing verloopt vlotter
- Als het medisch toegelaten is, kan je normaal eten en drinken
Mogelijke nadelen
Een tracheacanule plaatsen is een veilige ingreep die vaak wordt uitgevoerd. Toch kunnen er nadelen optreden.
- De eerste dagen kan een tracheacanule irriteren of pijnlijk aanvoelen in de hals
- Onmiddellijk na de ingreep kan er wat bloed meekomen bij het ophoesten. Dat is niet verontrustend
- De opening waarin de canule zich bevindt, kan ontsteken
- Een tracheotomie is een heelkundige ingreep. Zoals bij elke ingreep bestaat er een risico op complicaties zoals een bloeding of infectie. De complicaties zijn bijna altijd goed te behandelen, ernstige complicaties zijn zeldzaam
- Een canule verhoogt het risico op propvorming, wat de canule kan verstoppen. Om dat te vermijden, wordt de ingeademde lucht bevochtigd
- Er is een klein litteken in de hals
Gevolgen op het praten
Met een tracheacanule kan je meestal niet praten doordat er een opblaasbaar ballonnetje (cuff) zit rond de buitencanule. Die cuff sluit de ruimte tussen de canule en de luchtpijpwand af waardoor er geen lucht naar de mond- en keelholte kan. Als de cuff opgeblazen is, kan je niet praten.
Je kan dan wel op andere manieren communiceren. Enkele tips voor naasten:
- Stel gerichte vragen waarop je naaste met ja of neen kan antwoorden door te knikken
- Laat je naaste letters aanwijzen op een letterkaart of -bord. De verpleegkundige kan je zo’n kaart of bord geven.
- Spreek traag en articuleer goed. Zo is liplezen soms mogelijk.
Als de toestand van de luchtweg en de ademhaling het toelaten, kan je logopedische begeleiding krijgen. Het ballonnetje wordt dan tijdelijk geledigd. Er wordt een klepje – een spraakvalve – op de canule geplaatst die je toelaat om tijdelijk te praten. Vaak is het praten zwak en sommige patiënten geven aan dat het moeilijk is. In het begin spreek je dan ook met korte woorden, soms voor een korte periode onder begeleiding van een verpleegkundige.
Verzorging van de canule
De canule bestaat meestal uit twee delen: een buiten- en een binnencanule. Het buitengedeelte houdt de opening in de hals open. Het binnengedeelte wordt verschillende keren per dag verwijderd om schoon te maken.
Tijdens de verzorging van de tracheacanule hebben de verpleegkundigen aandacht voor:
- Het fixatiebandje: dat houdt de canule op zijn plaats
- Het gaasje rond de canule: dat beschermt de huid
- De binnencanule (als die er is): die wordt regelmatig schoongemaakt. De verpleegkundige controleert elke shift of de binnencanule verstopt is
- Slijm na het ophoesten: dat wordt met een aspiratietoestel verwijderd
- Zuurstoftoediening
Canuleteam
Het UZ van Gent beschikt over een gespecialiseerd canuleteam. Dit multidisciplinair team van artsen, logopedisten, kinesitherapeuten en de verpleegkundig specialist volgen patiënten met een canule nauwgezet op. Het team streeft naar een optimale opvolging van patiënten met een canule, reikt oplossingen aan voor mogelijke canulegerelateerde problemen en verwijdert de canule tijdig.
Verpleegkundig specialist
De verpleegkundig specialist wordt betrokken vanaf het plaatsen tot het definitief verwijderen van de canule of tot je met de canule naar huis gaat. Om een grondige opvolging te garanderen, voert de verpleegkundig specialist regelmatig een tracheoscopie uit. Dat is een onderzoek waarbij een fijne, beweegbare scoop ingebracht wordt in de luchtpijp via de canule. Een camera in de scoop geeft info over de positie van de canule en mogelijke problemen zoals wondjes en korsten. De verpleegkundig specialist voert de tracheoscopie uit op de kamer. Het onderzoek is pijnloos en duurt slechts enkele minuten.
De verpleegkundig specialist leidt ook verpleegkundigen op de afdelingen op en begeleidt hen. Zo proberen we altijd correct te handelen volgens de meest recente richtlijnen.
Logopedie
Logopedisten spelen een belangrijke rol bij mensen met een tracheacanule. Ze evalueren functies zoals slikken, spreken en speekselcontrole en helpen die te verbeteren. Ze begeleiden patiënten onder meer:
- bij het 'cuff lossen' waardoor er weer lucht naar de keel- en mondholte kan
- bij het veilig en efficiënt speeksel doorslikken
- met sliktherapie
- met het gebruik van een spraakvalve om te kunnen spreken
Logopedie draagt zo bij aan een veilige voedselinname, een effectieve communicatie en het algehele herstel.
Advies en onderzoek
Het canuleteam geeft advies aan artsen en andere zorgverleners binnen en buiten het UZ Gent over de verzorging van de tracheacanule. Het team voert wetenschappelijk onderzoek uit en organiseert regelmatig congressen over canulezorg.