Wanneer?
Door een specifiek groeipatroon kan de stand van de tanden en kaken een afwijking vertonen. Zulke afwijkingen worden vaak met orthodontie behandeld (ortho: recht, dontos: tand). De orthodontist corrigeert daarbij de tandstand met een beugel.
Als het verschil tussen de kaken te groot is – bovenkaak of onderkaak zijn te klein, te groot of een combinatie van beide – volstaat een orthodontische behandeling niet. De orthodontist kan de tanden niet naar een goede en stabiele beet verplaatsen doordat de skelettale balans tussen beide kaken verstoord is. Op termijn kan je medische en functionele klachten ondervinden zoals pijn en uitgroei van de tanden en kaakgewrichten, of problemen bij het kauwen en praten.
Naast afwijkende groeipatronen kunnen ook ongevallen, obstructief slaapapneu of aangeboren gelaatsafwijkingen redenen zijn om orthognatische chirurgie te overwegen.
De ingreep
Na de diagnose verwijst de orthodontist je door naar de kaakchirurg. Samen stellen zij een behandelplan op voor een operatieve kaakcorrectie, ook wel orthognatische chirurgie genoemd (ortho: recht, gnathos: kaak).
Orthognatische chirurgie wordt uitgevoerd via een osteotomie. Daarbij wordt de kaak doorgenomen en opnieuw gefixeerd om de beet en het gelaat te herstellen. De ingreep gebeurt volledig in de mond, waardoor er geen zichtbare littekens ontstaan.
Meer weten?
Orthognatische chirurgie - operatieve kaakcorrectie (207.64 KB) "pdf"