Metabool geassocieerde leververvetting is een ‘stille’ leverziekte. Daardoor is het moeilijk om een correcte diagnose te stellen en de opvolging te bepalen.
De ziekte komt frequent voor en huisartsen komen er vaak mee in aanraking. Toch is het niet altijd duidelijk wie naar een leverarts moet worden verwezen. Het is wel belangrijk om patiënten op te sporen die een risico lopen op de vorming van littekenweefsel (fibrose) in de lever. Fibrose kan immers leiden tot levercirrose en primaire leverkanker.
Risicoprofiel
Het team van de Leversteatosepoli helpt in eerste instantie om patiënten met een leververvetting te identificeren op basis van niet-invasieve parameters.
Je huisarts kan aan de hand van een niet-invasieve biomerker (FIB-4 score), een fibrosescore bepalen. Patiënten worden ingedeeld in drie risicoprofielen, die ook rekening houden met de leeftijd:
- Laag risico op fibrose: je kan verder worden opgevolgd bij je huisarts.
- Hoog risico op fibrose: je moet verwezen worden naar een leverarts voor aanvullend onderzoek.
- Intermediair risico op fibrose: het is niet duidelijk of je aandoening nog banaal of al ernstig is. Je kan terecht bij de Leversteatosepoli voor persoonlijk advies over de opvolging en behandeling.
Verpleegkundig spreekuur
In de polikliniek kom je op consultatie bij een gespecialiseerde verpleegkundige. Die wordt geruggesteund door de leverartsen.
- De verpleegkundige stelt je eerst een reeks vragen om de mogelijke diagnose van een MASLD nog beter in kaart te brengen.
- Daarna voeren we een fibroscan uit om de graad van fibrose verder te bepalen. Een fibroscan is een niet-invasieve meting van de elasticiteit van de lever.
- Ten slotte berekenen we nog aanvullende niet-invasieve biomerkers.
De verpleegkundige bespreekt de resultaten met de leverarts die een advies formuleert:
- Ofwel word je verder opgevolgd door je huisarts.
- Ofwel verwijzen we je een leverbiopsie of MR-scan.