Zo bepaal je het risico op leverfibrose en MASLD bij een patiënt met een verhoogd ALT en/of steatose op de echografie.
Stap 1: risicofactoren voor leverlijden
Sluit andere risicofactoren voor leverlijden uit:
- Overmatig alcoholgebruik (meer dan 10 eenheden per week, eerder alcoholgerelateerd leverlijden)
- Hepatitis B en C
- Familiale risicofactoren voor ander leverlijden
- Medicatiegebruik dat kan leiden tot steatose
Stap 2: cardiometabole risicofactoren
Als deze factoren zijn uitgesloten en de volwassen patiënt minstens 1 van de 5 cardiometabole risicofactoren heeft die hieronder staan opgesomd, dan is de diagnose van MASLD het meest waarschijnlijk.
- BMI groter of gelijk aan 25 of buikomtrek groter dan 94 cm (man) en groter dan 80 cm (vrouw)
- Nuchtere serum glucose groter of gelijk aan 100mg/dl of tijdstip 2 uur glucosespiegel bij OGTT-test groter of gelijk aan 140 mg/dl of HgA1C groter of gelijk aan 5,7% of type 1-diabetes of behandeling voor diabetes type 2
- Bloeddruk groter of gelijk aan 130 /85 mmHg of behandeling met antihypertensiemedicatie
- Plasma triglyceriden groter of gelijk aan 150mg/dl of behandeling voor hypertriglyceridemie
- Plasma HDL-cholesterol kleiner of gelijk aan 40mg/dl (man) of 50 mg/dl (vrouw) of behandeling
Stap 3: niet-invasieve fibrosescore
Bereken een niet-invasieve fibrosescore met behulp van de FIB-4 score om het risicoprofiel te bepalen. Doe dat via deze online calculatietool. Je moet deze variabelen ingeven: leeftijd, AST, ALT en bloedplaatjes.
Dit zijn de mogelijke resultaten:
Laag risico op fibrose
(FIB-4 score < 1.3 bij patiënten tussen 36-65 jaar, FIB-4 score < 2.0 bij patiënten ouder dan 65 jaar)
Je patiënt heeft momenteel een laag risico op leverfibrose. We raden de volgende behandelingen aan:
- Advies over voeding en beweging
- Een goede controle van metabole parameters zoals glycemie, cholesterol en triglyceriden
- Hartonderzoek: de belangrijkste doodsoorzaak bij patiënten met een laag risico is niet leverlijden, maar hart- en vaatziekten
Fibrose ontwikkelt traag bij patiënten met MASLD. We raden aan om de berekening van de fibrosegraad om de twee à drie jaar te herhalen.
Vragen of extra advies? Neem contact met ons op.
Intermediair risico op fibrose
(FIB-4 score tussen 1.3-2.67 bij patiënten tussen 36-65 jaar, FIB-4 score tussen 2 – 2.67 bij patiënten ouder dan 65 jaar)
Op basis van één niet-invasieve score kunnen we niet bepalen of je patiënt gevorderde leverfibrose heeft. We moeten een fibroscan uitvoeren voor aanvullende niet-invasieve bepalingen.
Maak een afspraak voor je patiënt in onze polikliniek en geef deze verwijsbrief (542.19 KB) "pdf" mee of stuur ons het ingevulde document via de eHealthbox.
De Leversteatosepoli is laagdrempelig. Patiënten komen er op consultatie bij een gespecialiseerde verpleegkundige die geruggesteund wordt door de leverartsen.
- De verpleegkundige gaat eerst dieper in op de anamnese om de mogelijke diagnose van een MASLD nog beter in kaart te brengen.
- Vervolgens wordt een fibroscan, een niet-invasieve meting van de elasticiteit van de lever, uitgevoerd om de graad van fibrose verder te bepalen.
De verpleegkundige bespreekt de resultaten met de leverarts die een advies formuleert:
- Bij een fibroscan waarde < 8 kPA kan je je patiënt zelf verder opvolgen.
- Bij een fibroscanwaarde tussen 8 kPa en 12.5 kPa plannen we na 3 tot 6 maanden een opvolgonderzoek met een nieuwe evaluatie.
Hoog risico op fibrose
(FIB-4 score > 2.67)
Als uit de niet-invasieve score blijkt dat de kans groot is dat je patiënt gevorderde leverfibrose heeft, raden we een verwijzing naar een leverarts aan voor verder onderzoek.
In veel gevallen voert zal de leverarts na een bevestiging van de hoge fibrosewaarden op de fibroscan een diagnostische leverbiopsie uit om de graad van steatose, inflammatie en fibrose te evalueren.