Waarom aandacht voor seksualiteit?
Door kanker treden er vaak veranderingen op in de beleving en het functioneren van seksualiteit. Kanker heeft immers een weerslag op fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel vlak en grijpt in op de twee basisvoorwaarden voor een normaal seksueel functioneren: een goede fysieke conditie en een goed psychisch welzijn.
Na een (curatieve) kankerbehandeling proberen patiënten het leven te hervatten. Vaak blijven er ‘littekens’ achter en zien we in de nazorgfase grote ontevredenheid. Prevalentiecijfers van seksuele problemen zijn afhankelijk van primaire diagnose, behandeling en beoordelingsmethoden. Toch wordt geschat dat het over een 40 tot 100 procent van de patiënten gaat.
Seksualiteit en intimiteit vereisen dus de nodige aandacht in de nazorg bij kanker. Ook bij de diagnose moet dit thema overigens ter sprake worden gebracht. De gevolgen van de behandeling bespreken, draagt bij tot een geïnformeerde toestemming en een betere verwerking achteraf.
Getuigenis
‘Er werd me verzekerd dat de incontinentie en de impotentie tijdelijk waren en zouden verdwijnen na een intensief trainingsprogramma bij de kinesist. Ik begon dus in het ziekenhuis aan een oefenprogramma bij de kinesist. De bijwerkingen verbeterden in de eerste maanden. Helaas stopte de vooruitgang.
Het oefenprogramma werd opgedreven, maar er was geen vooruitgang meer. Dat duurde ruim een jaar en toen werd me het volgende verteld: “Je bent een pechvogel. Je behoort tot de 10 à 15 procent van de patiënten die nooit helemaal verlost zal zijn van die nare bijwerkingen." Dat risico was me op voorhand nooit verteld! Ik was op dat ogenblik bijna 65 jaar en zat opgezadeld met volledige impotentie – gelukkig aanvaard door mijn echtgenote – en stressincontinentie.’
Wat verstaan we onder seksualiteit en intimiteit?
Seksualiteit is een breed begrip en omvat voornamelijk hoe iemand zijn seksuele identiteit uit in gedrag. Seksualiteit is voor iedereen anders, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt van een centraal aspect van het mens zijn. Ze kan de volgende aspecten bevatten: seks, seksuele oriëntatie, erotiek, plezier, intimiteit en voortplanting. Ze wordt ervaren en vormgegeven in gedachten, fantasieën, verlangens, overtuigingen, attituden, waarden, gedrag, handelingen, rollen en relaties.
Intimiteit is een onderdeel van seksualiteit en een vorm van verbondenheid tussen twee of meerdere personen. Die verbondenheid kan lichamelijk, emotioneel of spritiueel zijn. Omdat ‘seksualiteit’ het groter geheel omvat, gebruiken we die term in de verdere toelichting van het thema.
Welke problemen treden op in de nazorgfase?
Problemen op het vlak van seksuele activiteit kunnen zich in de nazorgfase bij kanker situeren in de verschillende fases van de seksuele respons. We lichten dit verder toe op basis van twee veelgebruikte theoretische modellen.
Klassieke seksuele responscyclus
De klassieke seksuele responscyclus van Master & Johnson (1966) stelt de seksuele respons voor als een lineair verloop
- verlangen: bv. laag verlangen, negatief lichaamsbeeld
- opwinding: bv. erectiestoornissen, droge vagina
- plateaufase: bv. pijn bij coïtus
- orgasme: bv. het uitblijven van orgasme, droog orgasme
- herstel
Circulair model
Het circulair model van Basson (2001) stelt de seksuele respons voor als een circulair verloop. Het model erkent de behoefte aan intimiteit. Het erkent dat verlangen reactief of spontaan kan zijn en dat het kan optreden voor of na opwinding. Dat maakt het model circulair.
In dit model zijn er 3 basisvoorwaarden om vanuit een seksueel neutrale positie over te gaan naar een seksueel ontvankelijke situatie. Als 1 van de 3 voorwaarden niet aanwezig is, kan de seksuele respons veranderen:
- De juiste context: bv. Mag het na de behandeling? Is het veilig? Wil ik het? Kan het nog? Op welke manier? Voel ik mij nog aangetrokken tot mijn partner?
- Belonende seksuele stimuli om het verlangen en de opwinding te stimuleren:
- Lichamelijke stimuli: verwerking van prikkels door hormonen, bloedvaten en zenuwen kunnen door de ziekte of behandeling aangetast zijn met bv. pijn of erectiestoornissen tot gevolg
- Mentale stimuli: bv. een veranderd lichaamsbeeld of jezelf minder aantrekkelijk vinden kan een grote rol spelen
- Een intact lichamelijk en psychologisch systeem
Wat zijn de oorzaken?
De veranderingen in het seksueel functioneren worden veroorzaakt door verschillende factoren.
De ziekte zelf kan voor heel wat lichamelijke, mentale en sociale bezorgdheden zorgen. Angstig zijn voor herval, vermoeidheid, praktische bezorgdheden en verandering in het rollenpatroon zijn maar enkele voorbeelden. Ze kunnen een directe negatieve weerslag hebben op het verlangen.
Ook de behandeling op zich heeft een grote invloed.
- Chemotherapie zorgt voor aantasting van de slijmvliezen, veranderde beleving van het vrijen (gevoelszenuwen), toenemend risico op virale infecties, infertiliteit, verminderd verlangen, vermoeidheid etc.
- Patiënten met of na borstkanker krijgen soms een hormoonbehandeling met tamoxifen of een aromatase inhibitor. Dat heeft een verminderde productie of werking van oestrogeen als gevolg. Daardoor treden klachten op die typisch zijn voor de menopauze: de vagina wordt minder vochtig, het slijmvlies stugger en kwetsbaarder. Geslachtsgemeenschap gaat moeilijker en het verlangen vermindert.
- Bestraling van bv. de borsten of het kleine bekken, tast ook het omliggende gezonde weefsel aan en heeft seksuele veranderingen tot gevolg.
- Chirurgie, bv. operaties in het bekken bij prostaat- en rectumcarcinoom, kan ook aanleiding geven tot seksuele stoornissen of een veranderd zelfbeeld.
Waarom seksualiteit bespreken tijdens consultaties?
Seksualiteit na kanker is een complex fenomeen dat een grote impact heeft op de kwaliteit van het leven van de patiënt. Bovendien verschilt de seksualiteitsbeleving van persoon tot persoon, relatie tot relatie, kanker tot kanker en van behandeling tot behandeling.
Zorgverleners dragen de verantwoordelijkheid om op maat van de patiënt hulp te verlenen op het vlak van seksualiteit. Jammer genoeg is het nog steeds een weinig besproken onderwerp tijdens de consultaties. Patiënten durven het zelf niet aan te kaarten, verwachten initiatief van de zorgverlener of zien het als een onderwerp waarover niet gesproken wordt. Zorgverleners verwachten initiatief van de patiënt, voelen er zich niet comfortabel bij, vinden zich te weinig geschoold om advies te geven of vinden geen tijd of geschikte ruimte.
De literatuur geeft duidelijk aan dat patiënten seksualiteit wel willen bespreken. Het is belangrijk dat patiënten voelen dat ze er vragen kunnen over stellen als ze daar de behoefte aan hebben. Waar wachten we dus nog op?
Getuigenis
‘Een maand geleden ging ik voor het eerst alleen op controle bij de oncoloog en de nko-arts van het ziekenhuis waar ik de behandeling doorstaan, ondergaan heb. Daar heb ik het probleem van onze seksuele beleving ter sprake gebracht, met de bijhorende emoties, gevoelens van verdriet, frustratie en schaamte.
De dokters vertelden me toen dat het een veelvoorkomend probleem is waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen. Ze zeiden ook dat het voor hen als dokter niet gemakkelijk is om het te bevragen bij de patiënten. Ik kreeg toen een gevoel van opluchting, maar ook van verontwaardiging.
Voor mij was het een grote drempel om te overwinnen, ik had er nachten over liggen piekeren. Mijn man vond het niet zo noodzakelijk om er met de dokters over te praten. Hij zou wel geduldig wachten tot ik er zelf klaar voor was. Als de dokters de problematiek zelf eerst ter sprake hadden gebracht, was er minder tijd verloren gegaan.’