Stamceltransplantatie is een behandeling voor aandoeningen met een hoog risico. Het gaat vooral om kwaadaardige hematologische aandoeningen, naast een aantal vaste tumoren en niet-kwaadaardige hematologische aandoeningen.
Bij een allogene stamceltransplantatie worden je stamcellen vervangen door de gezonde stamcellen van een verwante of niet-verwante donor. Dat gebeurt na een conditionering: een voorbehandeling die bestaat uit chemotherapie, wel of niet in combinatie met radiotherapie.
Voorbereiding op een allogene stamceltransplantatie
De zoektocht naar een donor
Een allogene stamceltransplantatie is alleen mogelijk als er een geschikte donor gevonden wordt. Een donor is geschikt als er voldoende overeenkomst is tussen het weefseltype van de donor en je eigen weefseltype.
Eerst gaan we na of een broer of zus in aanmerking komt. Is dat niet het geval, dan kijken we naar kinderen en ouders. Levert ook die piste geen geschikte donor op, dan wordt een niet-verwante donor gezocht in een nationale en internationale databank.
Transplantgesprek
Voor een allogene stamceltransplantatie heeft je behandelend arts een uitgebreid gesprek met jou en je naasten. Beslis je na dat gesprek om een allogene stamceltransplantatie te ondergaan, dan vragen we je om een toestemmingsformulier te ondertekenen.
De beslissing om een allogene stamceltransplantatie te ondergaan, is vrijblijvend. Bij een weigering zal de arts jou met de best mogelijke zorgen verder behandelen.
Onderzoeken
Nadat je hebt ingestemd, doorloop je een hele reeks onderzoeken. Die geven de artsen een beter beeld van je lichamelijke conditie zodat de transplantatie op maat kan worden voorbereid en uitgevoerd.
Mocht de arts vinden dat je lichamelijke conditie onvoldoende is, dan wordt een alternatieve behandeling gezocht. De risico’s van een stamceltransplantatie wegen te veel door.
Volgende onderzoeken worden standaard gepland:
- bloedonderzoek
- klinisch onderzoek
- weefselstalen, bijvoorbeeld een beenmergpunctie
- elektrocardiogram (ECG) en een linkerventrikelejectiefractie (LVEF) om je hartfunctie te controleren
- onderzoek bij de tandarts, ter preventie van infectie van het gebit
- longfunctie: je longcapaciteit wordt gemeten
- CT-scan van de longen: medische beeldvorming van de longen
- fertiliteit, een aandachtspunt voor patiënten met kinderwens (vaak heb je dit onderzoek al vroeger doorlopen).
Deze standaardonderzoeken kunnen worden aangevuld met bijkomende onderzoeken, afhankelijk van je ziektebeeld.
Verloop van de opname
Conditionering
Je wordt enkele dagen voor de eigenlijke stamceltransplantatie opgenomen.
Vóór de allogene stamceltransplantatie onderga je een behandeling met een hoge dosis chemotherapie en/of bestraling, afhankelijk van het voorbereidende schema dat je transplantatiearts heeft voorzien. Dat wordt conditionering genoemd. Je krijgt een katheter met meerdere toegangspoorten in een grote ader om de transplantatie vlot te laten verlopen en om bijkomende medicatie te kunnen toedienen.
Stamcellen toedienen
Na de conditionering volgt meestal een dag rust. Daarna worden de stamcellen toegediend. Tijdens de transplantatie volgt een verpleegkundige jou op, onder meer door regelmatig je polsslag, bloeddruk en temperatuur te controleren.
Je familie mag eventueel aanwezig zijn tijdens de transplantatie.
De nieuwe stamcellen moeten zich nestelen in het beenmerg en zich daar vermenigvuldigen en uitrijpen tot nieuwe rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Onder beschermende isolatie
Vanaf de transplantatie – of vroeger, als dat nodig blijkt – word je verzorgd onder beschermende isolatie. Alle zorgverleners en bezoekers moeten dan maatregelen nemen voordat ze de kamer betreden. De maatregelen worden aan de deur opgehangen zodat ze voor iedereen duidelijk zijn.
Je mag de kamer alleen verlaten als daartoe medische redenen zijn. Voor je eigen veiligheid en rust moet je het aantal bezoekers beperken. Bezoekers met ziektesymptomen worden niet toegelaten op de afdeling. Je bezoekers kunnen altijd meer info vragen aan de verpleegkundigen.
Nevenwerkingen
Na de transplantatie kunnen zich een aantal problemen voordoen, onder meer:
- misselijkheid en braken
- diarree
- slijmvliesontsteking van de mond, moeilijk kunnen slikken
- gebrek aan eetlust
- koude rillingen en koorts
- infectie
Zulke nevenwerkingen zijn niet abnormaal, zeker na een hoge dosis chemotherapie. Doen ze zich voor, dan worden ze opgevangen door medicatie: antibiotica, pijnstillers enz. Het kan ook nodig zijn om rode bloedcellen, bloedplaatjes en soms plasma toe te dienen. Soms wordt onderhuids een groeifactor ingespoten om het herstel van het aantal witte bloedcellen te versnellen.
Het verblijf in het ziekenhuis is niet altijd gemakkelijk, want de behandeling heeft vrijwel altijd bijwerkingen. De gemiddelde opnameduur hangt af van het type stamceltransplantatie, de neveneffecten, jouw conditie en de snelheid van het herstel.
Wat na een allogene stamceltransplantatie?
Een allogene stamceltransplantatie is een heel ingrijpende behandeling. De weg die je daarna aflegt, is lang. De impact van een stamceltransplantatie verschilt naargelang het type. Uiteraard word je ook na de transplantatie verder opgevolgd in het dagziekenhuis of de polikliniek.