Ongeveer 80 procent van alle borsttumoren is hormoongevoelig. Dit type borstkanker, ook wel hormoonreceptor-positieve borstkanker genoemd, groeit onder invloed van de hormonen oestrogeen en progesteron.
Een antihormonale therapie is een aanvullende therapie die de effecten van die hormonen blokkeert of hun productie vermindert, waardoor de groei van de kankercellen vertraagt of stopt. Zo verkleint het risico op herval aanzienlijk.
Wanneer?
Blijkt uit het pathologisch onderzoek dat de borstkanker hormoongevoelig is, dan raden we een antihormonale behandeling aan. De behandeling start na de operatie of na het afronden van de chemotherapie. Antihormonale therapie kan tegelijk met radiotherapie.
Er bestaan verschillende soorten antihormonale therapie. Je neemt de medicatie dagelijks gedurende vijf tot tien jaar in pilvorm. Ben je nog niet in de menopauze, dan kan een aanvullende inspuiting aangeraden worden.
Nevenwerkingen
Het is bewezen dat een antihormonale therapie aanzienlijke bescherming biedt, maar de behandeling gaat vaak gepaard met nevenwerkingen zoals overgangsklachten en botontkalking.
Infosessies
Om de nevenwerkingen bespreekbaar te maken, organiseren de verpleegkundig consulenten van de Borstkliniek om de twee maanden een infosessie over antihormonale therapie voor patiënten en hun naasten.
Deze thema’s komen aan bod:
- Wat is antihormonale therapie?
- Hoe werkt de medicatie?
- Waar moet je op letten als je de medicatie neemt?
- Wat zijn de mogelijke bijwerkingen?
- Wat kan ik tegen de bijwerkingen doen?
Je krijgt nadien ruim de tijd om vragen te stellen. Je kan ook altijd een afspraak maken voor een verpleegkundig spreekuur.
In de agenda van het Kankercentrum vind je de data van de volgende sessies.
Botversterkers
Sommige mensen komen in aanmerking voor een behandeling met een botversterker (Zometa®). Zometa® gaat botontkalking tegen. Daardoor is er minder botafbraak en worden de botten steviger. Bij vrouwen met borstkanker na de menopauze verkleint Zometa® het risico op een herval onder de vorm van botuitzaaiingen en op een algeheel herval.
De botversterker wordt twee keer per jaar – in totaal zes keer – toegediend met een infuus.