De rotatorenmanchet of rotatorcuff maakt deel uit van het schoudergewricht. Hij bestaat uit vier schouderspieren: supraspinatus, infraspinatus, teres minor en subscapularis. Zij spelen een belangrijke rol in de beweeglijkheid en stabilisatie van de schouder. De pezen van die spieren lopen onder het schouderdak – het benige uitsteeksel bovenaan het schouderblad – en hechten zich vast rond de schouderkop.
Soms ontstaan er verkalkingen in de pezen. Dat kan op één locatie in de pees of op verschillende plaatsen verspreid over de pezen.
Oorzaken
De exacte oorzaak is nog niet helemaal duidelijk.
Kalk in de schouder komt vooral voor bij mensen van 30 tot 50 jaar. Vrouwen krijgen er vaker mee te maken dan mannen. Bij een kwart van de mensen komt het voor in beide schouders. Erfelijkheid kan ook een rol spelen.
Symptomen
De belangrijkste klacht is pijn bovenaan de schouder die kan uitstralen naar de bovenarm en nek. De klachten variëren naargelang de fase van de aandoening.
Groeifase
- De verkalking in de pees neemt toe.
- De pijn is dragelijk, met soms een opstoot.
Rustfase
- De verkalking ligt in de pees gekapseld, meestal als een krijtachtige massa.
- De schouder wordt minder beweeglijk. Vooral armbewegingen boven de schouderhoogte zijn lastig, bv. de was ophangen.
- Je hebt ’s nachts pijn en als je op de schouder ligt.
Oplossingsfase
- De kalkmassa lost geleidelijk aan op.
- Soms barst de kalk uit het kapsel en komt hij in de slijmbeurs terecht, tussen het schouderdak en de kop van de bovenarm. Dat veroorzaakt plotse en hevige pijn, gevolgd door een ontsteking. Door de ontsteking verdwijnt de kalk en geneest de pees.
De aandoening wordt soms chronisch. Dan wisselen periodes van hevige pijn zich af met betere periodes.
Onderzoek en diagnose
Je arts stelt vragen over de klachten en voert een lichamelijk onderzoek uit.
Er wordt een röntgenfoto gemaakt om de verkalking te lokaliseren en de fase van de verkalking te bepalen. Zo nodig wordt ook een echografie uitgevoerd om mogelijke scheuren in de pees op te sporen.
Behandeling
De keuze van de behandeling hangt af van de ernst van de klachten, de resultaten van de beeldvorming en het spontane verloop en herstel.
Conservatieve behandeling
Als eerste behandeling bestrijden we de symptomen met:
- Rust
- Bewegen binnen de pijngrens
- IJskompres
- Pijnmedicatie: ontstekingsremmers
- Kinesitherapie: in een eerste fase om de schouder soepel te houden en verstijving tegen te gaan. In een tweede fase om de spieren te versterken
- Injecties met cortisone (ontstekingsremmend) en lidocaïne (pijnstillend)
Als de symptomenbestrijding niet helpt, kan de arts opteren voor een ‘extracorporal shockwave therapy’ (ESWT). De kalk in de schouder wordt daarbij met schokgolven verbrijzeld.
Een andere behandeling is ‘needling of barbottage’. De arts prikt een naald in de verkalkte zone om het calciumdepot uit te spoelen en te verwijderen. Dat gebeurt tijdens de raadpleging onder lokale verdoving.
Operatieve behandeling
Als de conservatieve behandeling niet helpt, wordt voor een operatie gekozen.
Verloop operatie
De arts zoekt via een kijkoperatie (artroscopie) de verkalking op en verwijdert die.
Complicaties
Na elke operatie zijn complicaties mogelijk. Gelukkig zijn ze eerder zeldzaam. De meest voorkomende zijn problemen met de verdoving, een infectie, frozen shoulder, bloeduitstorting, wondproblemen en schade aan de zenuw.
Revalidatie en herstel
De revalidatie duurt één tot drie maanden en bestaat uit:
- Pijnmedicatie
- IJskompres
- Draagdoek: het gebruik van de draagdoek beperk je snel om je arm geleidelijk aan weer te laten bewegen
- Bewegen: we raden aan om al te bewegen binnen de pijngrens in de eerste vier weken na de operatie. Krachtoefeningen laat je achterwege.