Pijn is een van de mogelijke neveneffecten van een kankerbehandeling. Onderzoek geeft aan dat er te weinig aandacht is voor pijn na kanker. Nochtans vermindert pijn de kwaliteit van leven en treft het je in meerdere dimensies als persoon.
Wat is pijn?
Pijn is complex en moeilijk te definiëren omdat het een subjectieve beleving is. Pijn beïnvloedt onze emoties, gedachten en gedrag, die op hun beurt ook de pijn beïnvloeden. Pijn wordt omschreven als ‘een onplezierige gevoel en een emotionele ervaring’.
Weefselschade hoeft niet altijd aanwezig te zijn bij een pijnervaring. Niet alleen een lichamelijke/biologische component is van belang, ook psychologische en sociale factoren hebben een invloed. Een negatief beladen gemoedstoestand, bv. depressieve of angstige gevoelens, kan de pijnbeleving negatief beïnvloeden. Omgekeerd kan ook chronische pijn de gemoedstoestand beïnvloeden. Door chronische pijn ontstaat er met andere woorden een vicieuze pijncirkel.
Pijn kan resulteren in vermindering van (sociale) activiteiten en leidt zo mogelijk tot sociaal isolement. Daarnaast kunnen ook andere sociale factoren meespelen, bv. de mate van steun uit de omgeving, leerprocessen, cultuur of opvoeding.
Pijn is dus altijd een persoonlijke ervaring die beïnvloed wordt door biologische, psychologische en sociale processen. We verklaren en benaderen pijn daarom vanuit een biopsychosociaal model.
Soorten pijn op basis van de neurofysiologie
Nociceptieve pijn
Nociceptieve pijn ontstaat door weefselschade die de zenuwuiteinden (nociceptoren) in de huid of het bewegingsapparaat prikkelen. De pijn is vaak gerelateerd met acute pijn.
Neuropatische pijn
Neuropatische pijn treedt op bij een letsel of een ziekte van het zenuwstelsel. De oorzaak is meestal duidelijk aan te tonen, bv. chemogeïnduceerde neuropathische pijn of fantoompijn.
Nociplastische pijn
De term ‘nociplastisch’ verwijst naar de plasticiteit, de veranderlijkheid van nociceptoren. Nociplastische pijn wordt veroorzaakt door een overgevoelig alarmsysteem dat de nociceptoren activeert zonder aanwezige weefselschade. Bovendien versterken het ruggenmerg en de hersenen de doorgestuurde signalen. Nociplastische pijn wordt vaak gerelateerd met aspecifieke chronische pijn.
Chemo-, immuno- of hormoontherapie hebben effect op de prikkelgevoeligheid van de nociceptoren. Ook het ruggenmerg en het brein worden mogelijk sensitiever.
Soorten pijn op basis van de duur
Acute pijn
Acute pijn wordt als eerder kortdurend omschreven. De pijnreceptoren worden geactiveerd door mogelijke verwondingen ter hoogte van de huid, de spieren of het bindweefsel. De pijn is gerelateerd aan de duur van de prikkel en de intensiteit van de pijn aan de intensiteit van de prikkel.
Chronische pijn
We spreken van chronische pijn als de pijn langer dan drie maanden aanhoudt. De pijn is aanhoudend of terugkerend en staat in tegenstelling tot acute pijn niet in verhouding met het natuurlijke genezingsproces.
De pijn duurt veel langer dan zou mogen en kan bijgevolg een enorme impact hebben op de levenskwaliteit. Er zijn een aantal vormen van chronische pijn die typerend zijn na een kankerbehandeling.
Chemogeïnduceerde neuropathische pijn of CIPN (neuropathische pijn)
Perifere neuropathie komt vaak voor na een kankerbehandeling. Ze wordt veroorzaakt door beschadiging aan het zenuwstelsel als gevolg van chemo-, immuno- of radiotherapie. Patiënten kunnen dan dit gewaarworden aan de extremiteiten:
- prikkelingen of tintelingen
- minder of verdoofd gevoel
- een overgevoeligheid aan bepaalde prikkels
- een branderig gevoel
- sterke of stekende pijn
- minder spierkracht en kramp (motorische neuropathie)
Perifere neuropathie kan in zekere mate verbeteren als de behandeling stopt of als de dosis verlaagd wordt, maar verdwijnt niet meer volledig en is dus irreversibel.
Artralgie / myalgie of gewrichts- en spierpijn (nociceptieve pijn)
Artralgie wordt omschreven als een duidelijk waarneembare pijn en stijfheid in de gewrichten. Een opvallend kenmerk is ochtendstijfheid die langer dan een uur aanhoudt. Tijdens antihormoontherapie worden artralgie en myalgie regelmatig gerapporteerd. Ze ontstaan niet door beschadiging van het gewricht, maar door vocht dat zich rond de pezen opstapelt. De pijn verbetert dan meestal ook door het gewricht te bewegen.
Postoperatieve pijn (nociceptieve pijn)
Littekenweefsel na een operatie kan hard en gevoelloos aanvoelen, jeuken, trekken of pijn doen. Bij een litteken denken we vaak aan de zichtbare effecten op onze huid. Maar er kunnen ook inwendige littekens ontstaan die pijn veroorzaken.
Pijn na bestraling (nociceptieve en neuropathische pijn)
Bestralingstherapie kan een reeks aanhoudende pijnlijke syndromen veroorzaken. De pijn manifesteert zich acuut of treedt pas maanden of jaren na de bestraling op. Bestraling kan bovendien fibrose, littekenweefsel of verkleving veroorzaken, ook mogelijke oorzaken voor pijn. Bestraling op een bepaald lichaamsdeel kan een chronisch pijnsyndroom veroorzaken in dat gebied, bv. borst, nek, hoofd.
Fantoompijn (neuropathische pijn)
Fantoompijn is een specifieke zenuwpijn die voortkomt uit een geamputeerd lichaamsdeel. Amputatie kan verschillende zenuwen beschadigen en pijnscheuten veroorzaken.
Doorbraakpijn (acuut op chronische pijn)
Doorbraakpijn bij kanker treedt vaak op in een gevorderd stadium van de ziekte. Het is vaak een plotse, tijdelijke verergering van pijn bij iemand met chronische pijn. Doorbraakpijn wordt medicamenteus behandeld.
Lymfoedeem (nociceptieve pijn)
Het wegnemen van klieren kan bij borstkankerpatiënten ophoping van lymfevocht in de armen en verwijde bloedvaten veroorzaken. Door het oedeem kan het lichaamsdeel zwaar, gestuwd en soms pijnlijk aanvoelen. De behandeling van lymfeoedeem bestaat voornamelijk uit kinesitherapie en manuele lymfedrainage.
Problematiek
Pijn is complex en wordt door verschillende sociale, psychologische of biologische aspecten beïnvloed. Dat maakt de diagnostiek en de behandeling er niet eenvoudiger op. Een multidisciplinaire benadering is daarom van belang.
Er zijn al heel wat bewezen interventies voor de behandeling van pijn na kanker, maar die interventies worden nog niet op een duurzame en geïntegreerde wijze geïmplementeerd in de huidige nazorg in Vlaanderen. Veel patiënten met een chronische pijnproblematiek vinden daardoor de weg naar de juiste zorgverlener of zorginstelling niet. Bovendien missen zorgverleners soms kennis of bepaalde vaardigheden om chronische pijn te behandelen.