Patiënten met chronische pijn aan de lies of de buikwand worden behandeld door een multidisciplinair team. Artsen van de Pijnkliniek, Fysische geneeskunde en Algemene en hepatobiliaire heelkunde buigen zich samen over de klachten van de patiënten en werken een behandelplan op maat uit.
Wat is chronische lies- of buikwandpijn?
Chronische pijn is pijn die langer dan drie maanden aanhoudt. De oorzaken van chronische lies- en buikwandpijn lopen sterk uit elkaar en ook de pijnbeleving verschilt van patiënt tot patiënt. Het is vaak een uitdaging om de juiste oorzaak en een goede behandeling te vinden.
Anatomie van de lies en de buikwand
De buikwand of wand van de buikholte bestaat uit spieren, de bekleding van spieren (de fascie) en peesbladen waarin de spieren kunnen uitlopen.
De lies ligt aan de voorkant en binnenkant van het bovenbeen, de schaamstreek en de onderbuik. In de onderbuik zitten verschillende buikspieren en het lieskanaal. Aan de binnenzijde van het bovenbeen zitten de adductoren, de spieren die het been naar binnen bewegen.
Eerste consultatie
Wat breng je mee?
- Je verwijsbrief
- De resultaten van vorige onderzoeken
- De ingevulde oriënterende vragenlijst (196.61 KB) "pdf"
Verloop van de consultatie
De arts bespreekt met jou de eerste onderzoeksresultaten en de ingevulde vragenlijst en bekijkt of verdere onderzoeken nodig zijn.
Bijkomende onderzoeken
De arts kan beslissen om een of meerdere bijkomende onderzoeken te laten uitvoeren:
- CT-scan: een radiologisch onderzoek dat gebruikmaakt van röntgenstralen.
- MRI: een beeldvormingstechniek waarbij sterke magneetvelden en radiogolven worden gebruikt om weefsel te onderzoeken.
- Echografie: een radiologisch onderzoek dat gebruikmaakt van geluidsgolven om organen en structuren in het lichaam in beeld te brengen.
- SEPP (somato sensorische geëvoceerde potentialenonderzoek): met dit onderzoek testen we de gevoelsbanen in het lichaam via een meting van de doorgankelijkheid van de zenuwen van de armen en benen tot aan de hersenen.
Multidisciplinair overleg
Als alle onderzoeksresultaten gekend zijn, overleggen de pijnarts, de arts fysische geneeskunde en een chirurg van de dienst Algemene en hepatobiliaire heelkunde. Ze bespreken alle resultaten, stellen een mogelijke diagnose en bepalen samen de behandeling.
Diagnoses
- ACNES (anterior cutaneous nerve entrapment syndrome): de pijn ontstaat door beknelling (entrapment) van de huidtakjes (cutane) van de voorste (anterior) zenuwuiteinden van de tussenribben. De pijn kan laag op de buikwand voorkomen en is zeer plaatsgebonden.
- CPIP (chronic postoperative inguinal pain): dit is chronische postoperatieve pijn na het herstel van een liesbreuk, littekenbreuk of navelbreuk.
- Sportsman hernia (of athletica pubalgia): de patiënt heeft pijn ter hoogte van het schaambeen (de pubis), voornamelijk tijdens het sporten. De pijn vermindert in rust. Soms is er sprake van een kleine liesbreuk. Het probleem komt vooral voor bij jonge, sportieve mannen.
- Meralgia paresthetica: deze aandoening is het gevolg van een beknelde zenuw en veroorzaakt pijn in een van de bovenbenen, meestal aan de voor- en zijkant van het been. Dat kan gepaard gaan met gevoelsstoornissen.
Behandeling
Er bestaan verschillende technieken om de pijn te behandelen. Indien nodig passen we ze een voor een en stapsgewijs toe.
- Infiltratie: een inspuiting met een pijnstillend middel op de pijnlijke plaats.
- Chirurgische exploratie bij ACNES: tijdens deze operatie zoekt de chirurg de beknelde zenuwtakjes en knipt ze door. De operatie gebeurt onder algemene narcose en in dagopname.
- Diagnostische laparoscopie of een operatie via een incisie: de chirurg kan littekenweefsel of zenuwweefsel losmaken of wegnemen. Dat gebeurt via een kijkoperatie of een incisie. Als bij een vorige ingreep een netje werd geplaatst wordt dat soms ook gedeeltelijk of volledig verwijderd. De chirurg bespreekt dat voor de operatie met jou. Een eventuele nieuwe breuk wordt tijdens deze ingreep hersteld.
- PRF (pulsed radio frequency): bij PRF behandelt de arts de zenuwwortel met een naald en een lichte elektrische stroom. Zo wordt de pijngeleiding in de zenuwwortel beïnvloed en vermindert de pijn. We starten altijd met een proefbehandeling om na te gaan of deze behandeling zinvol is.
Contact
- Algemene en hepatobiliaire heelkunde: 09 332 55 19
- Fysische geneeskunde: 09 332 22 51
- Pijnkliniek: 09 332 22 51