Epilepsie is een aandoening van het centraal zenuwstelsel die wordt gekenmerkt door het herhaald en spontaan optreden van epileptische aanvallen.
Een epileptische aanval is een tijdelijke verandering van de waarneming, het gedrag of het bewustzijn. De aanval treedt op door een plotse, abnormale elektrische ontlading – een soort kortsluiting – ter hoogte van de hersenschors.
In België lijdt ongeveer 1 persoon op de 100 aan epilepsie.
Oorzaken
De mogelijke oorzaken van epilepsie zijn heel verscheiden:
- een structureel letsel van de hersenen, bv. een hersentumor, -infarct of –bloeding
- een genetische afwijking
- een metabole afwijking (stofwisselingsziekte)
- een infectie in de hersenen
- een verstoring in de werking van het immuunsysteem
Soms wordt de oorzaak van epilepsie niet achterhaald.
Diagnose
Vaak volgt de diagnose na meer dan één niet-uitgelokte epileptische aanval.
Ook als er zich maar één niet-uitgelokte epileptische aanval heeft voorgedaan, kan de diagnose worden gesteld. Daarvoor zijn wel technische onderzoeken nodig, zoals een elektro-encefalografie (EEG) die de elektrische activiteit van de hersenen meet, of beeldvormende onderzoeken van de hersenen: een CT- of MRI-scan.
Soorten aanvallen
Epileptische aanvallen worden ingedeeld naargelang de plaats waar de aanval begint en de omvang.
- Focale aanval: het aanvalsbegin blijft beperkt tot een deel van de hersenschors. Vooral de hersenfuncties die op die plaats liggen, zijn verstoord tijdens de aanval.
- Veralgemeende of gegeneraliseerde aanval: bij aanvang van de aanval is de hersenschors van beide hersenhelften betrokken.
- Focale naar bilateraal tonisch-clonische aanval: door de spreiding van de epileptische activiteit in de hersenen gaat een focale aanval over in een gegeneraliseerde.