De artsen kunnen pas een definitieve diagnose stellen als het resultaat gekend is van het anatomopathologisch onderzoek op het weggenomen weefsel. Dan stellen ze het precieze behandelplan op. Of na de verwijdering van de tumor nog radiotherapie of chemotherapie nodig is, hangt af van het type gezwel, de volledigheid van de resectie en de toestand van de patiënt.
Radiotherapie of bestraling
Bij radiotherapie doden stralen tumorcellen. De stralen zorgen ervoor dat cellen zich niet meer kunnen vermenigvuldigen en dat ze uiteindelijk afsterven.
De arts kan kiezen voor radiotherapie met fotonen (ook wel klassieke radiotherapie) of met protonen. Protontherapie heeft het voordeel dat het in bepaalde gevallen de omliggende weefsels minder beschadigt dan fotontherapie.
Patiënten krijgen vaak meerdere weken elke dag radiotherapie toegediend. Ze moeten daarbij altijd in exact dezelfde positie liggen. Daarom maken we voor de start van de behandeling een masker. Kleine kinderen (jonger dan 5 à 6 jaar) krijgen de bestraling onder narcose omdat ze moeilijk stil kunnen liggen.
Chemotherapie
Chemotherapie valt snel delende cellen aan door de celdeling te remmen en doodt zo de tumorcellen. Bij een hersentumor wordt de chemotherapie meestal na de chirurgische resectie en eventuele radiotherapie gegeven.
Er bestaan verschillende soorten chemotherapie. De medicatie kan intraveneus (via een infuus in een ader), peroraal (langs de mond) of intraventriculair (via een katheter rechtstreeks in de hersenkamers) toegediend worden. Het type tumor en de leeftijd van de patiënt bepalen de toedieningsweg.
De meest voorkomende bijwerkingen van chemotherapie zijn verminderde immuniteit, haarverlies en slijmvliesontsteking (mucositis).
Targeted (gerichte) therapie
De laatste jaren komen we meer en meer te weten over de veranderingen in de werking van cellen die ervoor zorgen dat kanker ontstaat en groeit. Sommige van de deze veranderingen kunnen we heel gericht blokkeren met medicatie waardoor de tumorgroei (tijdelijk) gestopt kan worden. Deze aanpak noemen we gerichte of targeted therapie. Het zijn behandelingen die heel snel evolueren.
De bijwerkingen zijn vaak minder uitgesproken dan bij klassieke chemotherapie en hangen af van het soort therapie. Typische bijwerkingen zijn huidafwijkingen, overgevoeligheid voor de zon en maag-darmklachten.