Ziekte en infecties kunnen je bloedglucosespiegel doen stijgen als je diabetes mellitus type 1 hebt. Maar ook je insulinepomp moet goed werken voor een goede glycemieregeling. Volg daarom bij de minste ontregeling – te hoge of te lage waarden – een gepersonaliseerd stappenplan.
Maatregelen
- Controleer je waarden met een vingerprik.
- Dien met de pomp een bolus toe volgens de koolhydraatinname of de suikerspiegel.
- Als je meer dan twee bolussen nodig hebt, dien je ze toe met een insulinepen.
- Heb je drie keer extra insuline ingespoten, maar daalt de glycemie niet? Neem dan contact op met de diabetesverpleegkundige van wacht.
- Test je ketonenwaarden als:
- je bloedglucosewaarden hoger zijn dan 300 mg/dl
- je misselijk of kortademig bent of andere ziektesymptomen ondervindt
- je correctiebolus onvoldoende resultaat geeft
- je moet braken
- De ketonenwaarden meet je met je bloedglucosemeter of met urinaire teststrips die je in de apotheek kan kopen.
- Liggen je ketonenwaarden tussen de 0,6 en 1,5 mmol/L, neem dan contact op met de diabetesverpleegkundige van wacht.
Neem meteen contact op als je waarden hoger dan 1,5 mmol/L zijn. - Vervang de naald, de leiding en het insulinereservoir.
- Vervang zo nodig de batterij of het batterijdeksel.
- Meet om de 1,5 à 2 uur de glycemie tot je waarden weer normaal zijn.
Probeer de oorzaak te achterhalen
- Ligt het aan de omstandigheden?
- Ben ik ziek? Heb ik koorts?
- Heb ik geen, te weinig of te veel bolussen toegediend?
- Neem ik geneesmiddelen zoals cortisone?
- Nam ik te veel koolhydraten in tegen een hypoglycemie?
- Etc.
- Ligt het aan de pomp?
- Is er nog voldoende spanning op de pompbatterij?
- Zit er nog insuline in het reservoir?
- Heeft de insuline aan werkzaamheid ingeboet door bv. koude of warmte?
- Zitten er grote luchtbellen in het reservoir?
- Is de leiding volledig gevuld met insuline of zitten er grote luchtbellen in?
- Is er een knik in de leiding?
- Is de leiding verstopt of ontkoppeld?
- Heb ik te dicht bij de vorige spuitplek gespoten? Of in een verdikking van het vetweefsel (lipodystrofie of lipo)?
- Is de insulinepomp langer dan 1,5 uur afgekoppeld?
- Etc.
Drink voldoende en blijf eten
- Drink elk half uur een glas water en minstens twee liter per dag.
- Door ziekte verhoogt je energiebehoefte. Ook al heb je geen eetlust, probeer om het uur een kleine hoeveelheid licht verteerbaar voedsel te nuttigen zoals crackers, beschuit, soep of yoghurt.
- Kan je geen vast voedsel eten?
- Neem contact op met de diabetesverpleegkundige
- Drink suikerhoudende dranken in plaats van water om de nodige calorieën binnen te krijgen: vruchtensap, verdunde limonade, een waterijsje …
Rust voldoende
- Inspanningen maken de suikerwaarden onvoorspelbaarder.
Bel je (huis)arts of diabetesverpleegkundige volgens deze vuistregels
- Je moet meer dan één keer braken.
- Je ketonenwaarden in het bloed zijn hoger dan 1,5 mmol/L.
- Je hebt een diepe, snelle ademhaling of je bent zonder aanleiding buiten adem.
- Je bent extreem slaperig.
- Je adem heeft een fruitgeur.
- Je twijfelt of je hebt vragen over medicatie, symptomen etc.
Aandachtspunten
- Je insulinepomp wordt niet buiten de kantooruren vervangen.
- Zorg er daarom voor dat je altijd je basisbestanden bij de hand hebt: op papier, in je smartphone, op je pc etc. Die basisbestanden krijg je – ook bij elke wijziging – van je diabetesverpleegkundige.
- Zorg er ook voor dat je altijd klassieke insulinepennen in huis hebt.
- Je bloedglucosewaarden gemeten met de continue glucosemonitor kunnen vals verhoogd zijn als je paracetamol hebt ingenomen. Doe dan een vingerprik ter controle.
Contactgegevens diabetesverpleegkundigen
- Tijdens de kantooruren, van 8 tot 17 uur: tel. 09 322 29 53
- Na de kantooruren en in het weekend: tel. 09 332 21 11
- diabetescentrum@uzgent.be