De galblaas is een klein orgaan dat vlak onder de lever ligt. De lever produceert gal die wordt opgeslagen in de galblaas. Die galblaas bevat vaak stenen of kan ontstoken geraken, wat het functioneren belemmert.
Afwijkingen aan de galblaas treden vooral op de leeftijd van 35 tot 55 jaar. Zwaarlijvige mensen en patiënten met suikerziekte hebben een verhoogd risico. Galblaaslijden komt ook meer voor bij vrouwen dan bij mannen.
Symptomen
In ongeveer 80 % van de gevallen geven galstenen geen symptomen. Een behandeling is dan ook niet nodig. De symptomen van galstenen of galblaaslijden kunnen zijn:
- aanvallen van misselijkheid of een onaangenaam gevoel in de bovenbuik, vooral na het eten van vet of bepaalde groenten zoals koolsoorten
- branderige pijn in de maagstreek of achter het borstbeen
- opstoten van scherpe pijn rechtsboven in de buik, die gepaard gaan met bewegingsdrang, de zogenoemde koliekpijn
- geelzucht (voornamelijk bij galstenen in de grote afvoerbuis)
Koliekpijn wordt veroorzaakt als een galsteen vast komt te zitten in de galgang tussen de galblaas en de grote galweg. Als een steen volledig vastzit in de afvoerbuis en de gal niet langer in of uit de galblaas kan, dan zal de galblaas ontsteken. In dat geval spreken we van cholecystitis.
Behandeling
Vermits we gespecialiseerd zijn in uitgebreide lever- en galwegchirurgie, verwijderen we ook geregeld een galblaas. Die ingreep, een cholecystectomie, gebeurt in de meeste gevallen via een kijkoperatie.
Ernstig galblaaslijden – waarbij stenen klachten veroorzaken of de galblaas ontstoken is – kan enkel behandeld worden door de galblaas te verwijderen. De stenen kunnen niet verbrijzeld worden.
Voor een laparoscopische cholecystectomie (via kijkoperatie) maken we 3 à 4 kleine incisies. Langs holle buisjes brengen we een kleine camera en de werkinstrumenten in. We maken de galblaas met de stenen erin los van de lever en sluiten het verbindingskanaal tussen de galblaas en de hoofdgalweg (ductus cysticus) met titaniumclips. De galblaas gaat in zijn geheel in een zakje en wordt verwijderd.
Controle hoofdgalweg
Tijdens de ingreep maken we een foto met contraststof ter controle en om na te gaan of er galstenen in de hoofdgalweg zitten. Is dat het geval, dan kunnen we ze meteen ook verwijderen met behulp van een kleine buigzame camera. Zo hoeft u niet nadien nog eens onder narcose voor een bijkomend onderzoek. Als we tijdens de chirurgische ingreep niet alle stenen hebben kunnen verwijderen, dan zal dat bijkomend ERCP-onderzoek één of enkele dagen nadien worden ingepland.
Uitgebreide expertise
In het UZ Gent verwijderen we zo'n 80 tot 100-tal galblazen per jaar.
Soms kan tijdens een moeilijke operatie voor een galblaasverwijdering de hoofdgalweg beschadigd geraken. Als universitair expertisecentrum krijgen we jaarlijks zo'n 10 tot 15 patiënten uit een ander ziekenhuis doorgestuurd bij wie zich die ernstige complicatie voordeed. We maken dan een nieuwe verbinding tussen de hoofdgalweg en de dunne darm.
Een galblaasverwijdering kan gebeuren in dagkliniek of tijdens een opname waarbij u één nacht in het ziekenhuis verblijft.
Na de ingreep
Na de operatie kunnen de wondes nog wat gevoelig zijn, maar al na enkele dagen zal u alle bewegingen opnieuw makkelijker kunnen uitgevoerd.
Pijnstilling is enkel de eerste dagen nodig. We geven u de nodige voorschriften mee. De hechtingen lossen na verloop van tijd vanzelf op. Een drietal weken na de ingreep komt u op controle naar de polikliniek.