Systematisch bevragen
Niet elke patiënt geeft een pijnproblemen zelf aan. Mogelijk leggen ze het verband niet tussen de pijn en de ziekte of behandeling, mogelijk willen ze de zorgverlener niet overbelasten met hun klachten. Daarom moet pijn systematisch bevraagd worden tijdens het nazorgtraject.
Pijnklachten ontstaan bovendien niet altijd tijdens of direct na de kankerbehandeling. Zo ontstaan pijnklachten bij een hormonale therapie gemiddeld twee maanden na aanvang.
Meetinstrument voor pijn
Met meetinstrumenten zoals de ‘numeric rating scale’ (NRS-score) kan je de pijnervaring deels objectiveren. De NRS-score wordt vaak gebruikt omdat het effectief en gebruiksvriendelijk is. Patiënten weerspiegelen daarin hun persoonlijke beleving van pijn op een schaal van nul tot tien. Nul staat voor geen pijn, tien voor de ergst denkbare pijn.
Als uw patiënt een pijnscore van meer dan vier aangeeft, zijn verdere stappen aan te raden. Ook patiënten met een lagere pijnscore kunnen nood hebben aan verdere opvolging. U moet dan ook de individuele noden van de patiënt bevragen.
Pijn verder exploreren
Om uit te klaren over welke soort pijn het gaat en in hoeverre uw patiënt erdoor gehinderd wordt, kan u deze vragen stellen.
Is de pijn acuut en nieuw of chronisch?
- Als de pijn acuut en nieuw is, moet een differentiële diagnose uitsluiten dat het om een progressieve ziekte of herval gaat. Neem verdere stappen en verwijs door naar de behandelend arts.
Ernstige, ongecontroleerde pijn moet behandeld worden als een spoedgeval. - Bij chronische pijn stelt u de vraag of de pijn al aanwezig was voor de diagnose. Is de pijn niet gerelateerd aan kanker, kan u doorverwijzen naar de huisarts. Pijn die al voor de diagnose aanwezig was, kan wel de pijn ten gevolge van kanker en de kankerbehandeling beïnvloeden.
In welke mate beïnvloedt de pijn uw dagelijkse leven?
- Informeer bij de patiënt of de aangegeven pijnintensiteit acceptabel is.
- Laat de patiënt daarvoor de ‘brief pain inventory’ (pdf) invullen. Die vragenlijst bevraagt twee belangrijke domeinen: de intensiteit van de pijn en de mate waarop de pijn het leven beïnvloedt. Ook andere dimensies worden mee in kaart gebracht, zoals het psychische of sociale aspect.
Welk soort pijn is het?
- (Chronische) pijn is complex en vaak een samenhang van verschillende aspecten. Het is niet zo gemakkelijk om het soort pijn te definiëren. Deze vragenlijst, wel al gelinkt aan een specifiek soort pijn, kan mogelijk helpen:
- DN-4-vragenlijst (pdf): diagnostische vragenlijst om neuropathie op te sporen
Pijn opvolgen
Als de patiënt al een behandeling krijgt, kunnen onderstaande vragen helpen om de pijn op te volgen.
Farmacologische behandeling
- Neemt u uw medicatie op een correcte manier in?
- Hebt u last van bijwerkingen?
- Wordt de pijn voldoende verlicht met de voorgeschreven dosis?
- Zijn er bepaalde ideeën over angst voor verslaving?
Niet-farmacologische behandeling
- Door wie wordt uw pijn verder behandeld?
- Bent u tevreden met deze behandeling?
- Zou u graag nog een andere zorgverlener zien in het kader van uw pijnproblemen?