Ziekte en infecties kunnen je bloedglucosespiegel doen stijgen als je diabetes mellitus type 1 hebt. Volg daarom bij de minste ziektesymptomen een gepersonaliseerd stappenplan.
Dien altijd je insuline toe
- Pas bij waarden boven of onder je streefwaarden je gepersonaliseerde bijspuitschema toe.
- Blijf altijd je basale dosis (langwerkende) insuline spuiten en dien je bolus (kortwerkende insuline) toe volgens de koolhydraatinname of de suikerspiegel.
- Verander nooit zelf je dosis basale insuline zonder overleg met je dokter of diabetesverpleegkundige. Je dosis kortwerkende insuline kan je natuurlijk wel aanpassen.
Test je bloedglucosespiegel vaker
- Meet je waarden minstens zeven keer per dag en zo nodig vaker.
- Zijn je waarden hoger dan 270 mg/dl, dan moet je ze elk uur meten tot ze weer normaal zijn.
Test op ketonen
- Test je ketonenwaarden met je bloedglucosemeter of met urinaire teststrips die je in de apotheek kan kopen.
- Liggen je ketonenwaarden tussen de 0,6 en 1,5 mmol/L, dan neem je het best contact op. Meet elk uur je ketonenwaarden tot ze weer normaal zijn.
- Zijn je ketonenwaarden hoger dan 1,5 mmol/L, dan ga je het best naar de Spoedgevallendienst. Neem ook contact op met je diabetesverpleegkundige of endocrinoloog van wacht.
Rust voldoende en laat iemand weten dat je ziek bent
- Vraag een vriend of familielid om je gezelschap te houden of om op zijn minst regelmatig contact met je op te nemen.
Drink veel water en blijf (zo mogelijk) eten
- Eet extra koolhydraten (snack) of drink suikerhoudende dranken (limonade, fruitsap, cola) bij bloedglucosewaarden onder de 150 mg/dl.
- Vermijd koolhydraten als je bloedglucosewaarden meer dan 270 mg/dl bedragen.
Contacteer de dokter volgens deze vuistregels
- Bel je dokter als je glucosewaarden hoger zijn dan 270 mg/dl en:
- je ketonenwaarden gemiddeld tot aanzienlijk gestegen zijn in je urine (getest met urinaire teststrips)
- je ketonenwaarden in het bloed hoger zijn 0,6 mmol/L (getest met je bloedglucosemeter)
- Neem meteen contact op met je dokter als:
- je niets of weinig kan eten of drinken en als je continu moet overgeven, diarree of buikpijn hebt
- je een diepe, snelle ademhaling hebt of zonder aanleiding buiten adem bent
- je extreem slaperig bent
- je adem een fruitgeur heeft
- je ketonenwaarden in het bloed hoger is dan 1.5 mmol/L (gemeten met je bloedglucosemeter)
- Bij twijfel kan je altijd contact opnemen met de diabetesverpleegkundige van wacht
Let wel: je bloedglucosewaarden gemeten met de continue glucosemonitor kunnen vals verhoogd zijn als je paracetamol hebt ingenomen. Doe dan een vingerprik ter controle.
Contactgegevens diabetesverpleegkundigen
- Tijdens de kantooruren, van 8 tot 17 uur: tel. 09 322 29 53
- Na de kantooruren en in het weekend: tel. 09 332 21 11
- diabetescentrum@uzgent.be