De dienst Oogheelkunde van het UZ Gent volgt de internationaal erkende richtlijnen van de American Academy of Ophthalmology (AAO) over de nood aan routinecontroles bij de oogarts. Onze dienst is een tertiair referentiecentrum, de capaciteit voor routinecontroles is daardoor beperkt.
Algemene richtlijnen
Voor mensen zonder klachten en zonder risicofactoren voor oogziekten zijn dit de algemene richtlijnen voor routinecontroles:
- Jonger dan 40 jaar: iedere 10 jaar
- Van 40 tot 54 jaar: iedere 4 jaar
- Van 55 tot 64 jaar: iedere 3 jaar
- Vanaf 65 jaar: iedere 2 jaar
Of je een bril draagt of niet, speelt daarbij geen rol.
Richtlijnen bij risicofactoren
Is er sprake van risicofactoren voor oogaandoeningen of specifieke bevindingen van de oogarts, dan ga je het best vaker op controle.
Suikerziekte
Suikerziekte is een belangrijke risicofactor voor oogaandoeningen. Hoe vaak je op controle gaat, hangt af van het type suikerziekte.
- Diabetes mellitus type 1: een eerste onderzoek vijf jaar na het begin van de suikerziekte, daarna minstens jaarlijks
- Diabetes mellitus type 2: jaarlijks van bij het begin van de suikerziekte
Als er tekenen zijn van oogaantasting door de suikerziekte, kan de oogarts de frequentie van de controles aanpassen.
Glaucoom
Glaucoom is een veelvoorkomende aandoening van de oogzenuw die vaak lang zonder klachten blijft. Risicofactoren zijn onder meer glaucoom bij nabije familie en een Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse origine.
Beantwoord je aan risicofactoren, dan gelden deze richtlijnen voor algemene controles bij de oogarts:
- Jonger dan 40 jaar: iedere 2 jaar
- Van 40 tot 54 jaar: iedere 3 jaar
- Van 55 tot 64 jaar: iedere 2 jaar
- Vanaf 65 jaar: iedere 2 jaar
Als je oogarts glaucoom vaststelt, verandert de frequentie van de controles.
Bron
Comprehensive Adult Medical Eye Evaluation, American Academy of Ophthalmology, 2016. ISSN 0161-6420/16