Biopsie
Soms stelt de arts de diagnose aan de hand van een biopsie. Dat is een klein stukje weefsel dat weggenomen en in het laboratorium onderzocht wordt. De wegname gebeurt onder lokale of algemene verdoving. Nadien kan de plaats van de biopsie wat pijnlijk aanvoelen.
Een biopsie gebeurt meestal in het dagziekenhuis. Soms wordt de procedure gecombineerd met een ander onderzoek.
De patholoog bestudeert of het biopt kankercellen bevat en tot welk type kanker die behoren. Het kan tot 10 werkdagen duren voor het resultaat gekend is.
Beenmergbiopsie
Soms is een beenmergbiopsie (of botboor) nodig om de voorlopers van de bloedcellen (de precursorcellen) in hun natuurlijke omgeving te onderzoeken. In dat geval nemen we een klein deel van het bot weg.
De procedure wordt uitgevoerd onder algemene verdoving. Indien mogelijk combineren we de beenmergbiopsie met andere onderzoeken.
Lees meer
- Operatiecomplex: voorbereidingsfiche op kindermaat (643.93 KB) "pdf"
- Folder anesthesie bij kinderen (136.31 KB) "pdf"
- Folder nuchter voor een ingreep (106.03 KB) "pdf"
Beenmergpunctie
Met een beenmergpunctie onderzoeken we of er voldoende cellen in het beenmerg zitten en of ze gezond zijn. Puncties zijn nodig bij de diagnosestelling maar ook tijdens en na de behandeling om te kijken naar de effecten van de therapie.
Het beenmerg is een vloeibaar, dikkig weefsel in het bot dat verantwoordelijk is voor de productie van de verschillende types bloedcellen: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Tijdens het onderzoek brengen we een naald in het bot – meestal in het bekken – en zuigen we een kleine hoeveelheid beenmerg op. De procedure wordt uitgevoerd onder algemene verdoving of na toediening van lachgas (Kalinox®). Indien mogelijk combineren we ze met andere onderzoeken.
Het staal gaat naar het laboratorium voor analyse. Na de punctie kan je kind een paar dagen pijn hebben aan de insteekplaats.
Lees meer
- Beenmergpunctie: voorbereidingsfiche op kindermaat (521.5 KB) "pdf"
- Neusspray: voorbereidingsfiche op kindermaat (185.66 KB) "pdf"
- Kalinox®: voorbereidingsfiche op kindermaat (246.96 KB) "pdf"
- Folder gebruik van Emla® bij kinderen (180.48 KB) "pdf"
Lumbaalpunctie
Een lumbaalpunctie wordt uitgevoerd om kankercellen op te sporen in de vloeistof rond de hersenen en het ruggenmerg (cerebrospinaal vocht). Puncties zijn noodzakelijk bij de diagnose maar ook om het effect van de behandeling op te volgen.
De arts schuift een holle naald tussen de wervels tot in het ruggenmergkanaal waar het cerebrospinaal vocht zich bevindt. Het vocht wordt in een buisje opgevangen. Dat wordt voor analyse naar het laboratorium gestuurd.
Soms is een lumbaalpunctie nodig om chemotherapie toe te dienen. Dat gebeurt na de wegname van lumbaal vocht en met dezelfde naald.
Na de procedure moet je kind nog 2 uur platliggen. Als er ook chemo werd toegediend, is dat 4 uur. Dat is nodig om de medicatie gelijkmatig te verspreiden in het cerebrospinaal vocht.
Deze procedure wordt uitgevoerd onder algemene verdoving of na toediening van lachgas (Kalinox®). Indien mogelijk combineren we een lumbaalpunctie met andere onderzoeken.