Een gezonde levensstijl aannemen is niet vanzelfsprekend. Ongezond leven is gemakkelijker: minder bewegen, kant-en-klare maaltijden, goedkope maaltijden … Door uw patiënt te informeren over een gezonde levensstijl vergroot u de bewustwording, maar daarom past de patiënt zijn gedrag nog niet aan. De patiënt moet ook geïnspireerd en gemotiveerd worden.
Empathische aanpak
Een negatieve of confronterende methode – bv. u moet stoppen met roken, dat is slecht voor de gezondheid – levert geen of zelfs averechtse resultaten op. Op fouten wijzen of beoordelend optreden wekt alleen maar weerstand op. Een meer empathische aanpak leidt er vaker toe dat patiënten zich betrokken voelen bij hun gezondheid, afspraken nakomen en hun gedrag veranderen.
Een motiverende gespreksvoering kan daarbij helpen. Het doel is dat de patiënt zijn gedrag analyseert en beseft dat het anders kan. Met uw vragen leidt u de patiënt naar zelfinzicht.
Motiverende gespreksvoering
5 basisprincipes
- Druk empathie uit (inlevend vermogen)
- Ontwikkel discrepantie: laat de patiënt het verschil zien tussen het huidige gedrag en het gewenste toekomstbeeld
Bv. ‘Wat vindt u zelf vervelend aan de huidige situatie?’
Bv. ‘Hoe zou u het graag anders zien?’ - Vermijd discussie
Discussie werkt contraproductief. De patiënt zal waarschijnlijk zijn slechte gedrag verdedigen en sterker overtuigd geraken van zijn standpunten. - Beweeg mee met weerstand
Stuit u op weerstand, beweeg dan mee in plaats van ertegenin te gaan. Laat de patiënt zelf de positieve en negatieve punten ontdekken. Zo haalt u hem uit zijn verdedigende rol en brengt u hem in een zelfreflectieve houding. - Bevorder persoonlijke effectiviteit (elke beweging richting verbetering)
Iemands geloof in eigen kunnen stimuleren is erg belangrijk. Het is goed om ideeën bij de patiënt te ontkrachten dat hij bv. altijd zal verslaafd zijn aan alcohol of sigaretten.
Gesprekstechnieken
Met deze eenvoudige gesprekstechnieken kan u de 5 basisprincipes toepassen.
- Stel open en evocatieve vragen (Ik zie …)
Doel is om informatie te krijgen van de patiënt en na te gaan wat voor hem belangrijk is.
Open vragen, bv. ‘Ik zie dat u regelmatig veel overuren doet. Hebt u dat door?’
Evocatieve vragen, bv. ‘Wat vindt u zelf vervelend aan de huidige situatie?, ‘Hoe zou u het graag anders zien?’ - Luister reflectief en vraag door (Wat bedoelt u met …)
U luistert sowieso actief. Reflectief luisteren is goed opletten op wat de andere vertelt en meteen inschatten wat er tussen de regels door wordt gezegd. - Vat samen (Dus u zegt dat …)
Zo maakt u duidelijk waar jullie staan en toont u dat u goed geluisterd hebt.
Bv. ‘Dus u zegt dat u slecht slaapt en dat u daardoor overdag almaar prikkelbaarder wordt. En dat komt waarschijnlijk door de spanningen thuis en de druk op het werk.’ - Lok verandertaal uit (kenmerk dat de patiënt stappen vooruit zet)
U verkrijgt dan uitspraken bij de patiënt zoals: ‘Ik begrijp dat het ongezond is om elke morgen donuts te eten.’ - Bevestig beter gedrag (voor persoonlijke effectiviteit)
Zo stimuleert u het verbeterende gedrag en vergroot u de persoonlijke effectiviteit. Bemoedigende woorden, zonder bemoederend of belerend te zijn.
Bv. ‘Daar hebt u helemaal gelijk in’, ‘Goed dat u inziet dat het beter kan’, ’Fijn dat u de tijd neemt om dat met mij te bespreken.’
Gebaseerd op: https://gesprekstechnieken.com/motiverende-gesprekstechnieken