Doelgerichte therapie (targeted therapy) gebruikt geneesmiddelen die zich richten op specifieke eigenschappen van kankercellen of hun omgeving. Zo remt of stopt de behandeling de groei van kankercellen.
De therapie wordt vaak samen met chemotherapie gegeven. Chemotherapie valt vooral snel delende cellen aan, terwijl doelgerichte therapie gericht werkt op kenmerken van kankercellen. Daardoor worden vaak minder gezonde cellen geraakt en is een langere behandeling bij sommige patiënten mogelijk. Toch kunnen ook bij doelgerichte therapie bijwerkingen optreden.
Twee groepen geneesmiddelen
Monoklonale antilichamen
- Binden zich aan specifieke eiwitten, meestal op het celoppervlak van kankercellen
- Kunnen groeisignalen blokkeren of kankercellen herkenbaar maken voor het afweersysteem
- Worden toegediend via inspuiting of infuus
Small molecules
- Dringen de kankercel in
- Werken in op eiwitten of processen in de cel die de groei aansturen
- Worden meestal via tabletten ingenomen