De baarmoeder is een peervormig orgaan met aan weerszijden de eierstokken en eileiders. De eileiders verbinden de eierstokken met de baarmoeder. Het baarmoederlichaam gaat over in de baarmoederhals, het onderste, smalle deel van de baarmoeder. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de vagina.
- Wat is baarmoederkanker?
- Bij wie komt baarmoederkanker voor?
- Mogelijke klachten
- Diagnosestelling
- Onderzoeken
- Behandelingen
- Kan baarmoederkanker uitzaaien?
Wat is baarmoederkanker?
Baarmoederkanker of endometriumcarcinoom is een kwaadaardige aandoening van het slijmvlies van de baarmoeder, het endometrium. Minder vaak ontstaat baarmoederkanker in de wand van de baarmoeder, in de bindweefselspierlaag.
Bij wie komt baarmoederkanker voor?
Baarmoederkanker komt het vaakst voor bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar, zelden bij vrouwen jonger dan 40 jaar.
Bepaalde factoren kunnen het risico op de ziekte vergroten:
- geen of weinig kinderen
- late menopauze, later dan de gemiddelde leeftijd van 52 jaar
- langdurig gebruik van vrouwelijke hormonen (oestrogenen), bv. bij menopauzale klachten
- bepaalde erfelijke aandoeningen (o.a. Lynch-syndroom)
- gedurende een aantal jaar Tamoxifen gebruikt hebben (borstkankerpatiënten)
- overgewicht, waarschijnlijk omdat in het vetweefsel meer oestrogene stoffen worden
aangemaakt - combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk en suikerziekte
Mogelijke klachten
De meest voorkomende klacht bij baarmoederkanker is vaginaal bloedverlies, rode of bruine afscheiding na de overgang. Ook onregelmatig bloedverlies tussen de menstruatiecycli door kan eventueel wijzen op kanker van het baarmoederslijmvlies. Abnormaal bloedverlies is altijd een reden om een dokter te bezoeken.
Minder duidelijke klachten die kunnen optreden zijn vermoeidheid, gewichtsverlies of buikpijn. Deze klachten treden in het algemeen pas op in een later stadium van de ziekte.
Diagnosestelling
Om tot een juiste diagnosestelling te komen en de juiste behandeling te bepalen, moeten we het resultaat van alle onderzoeken afwachten. Eén van de eerste stappen is vaststellen in welk stadium de baarmoederkanker zich bevindt. Het vaststellen van het stadium is gebaseerd op:
- de grootte van de tumor
- de mate van doorgroei in het omringende weefsel
- de aanwezigheid van kankercellen in de lymfeklieren
- en/of de aanwezigheid van kankercellen in organen elders in het lichaam
Aan de hand van alle resultaten legt een multidisciplinair team van artsen een aangepast behandelingsplan voor u vast, tijdens een multidisciplinair oncologisch overleg (MOC).
Dit behandelingsplan wordt bepaald aan de hand van volgende criteria:
- de differentiatiegraad van de baarmoederkanker: de kankercellen worden met gezonde baarmoedercellen vergeleken en op basis daarvan wordt een gradatie toegekend, een mate van kwaadaardigheid.
- goed gedifferentieerd: de kankercellen groeien in het algemeen langzaam en hebben nog veel gelijkenissen met de gezonde cellen
- matig gedifferentieerd: de kankercellen groeien sneller en vertonen reeds minder gelijkenissen met de gezonde cellen.
- weinig gedifferentieerd: de kankercellen hebben een ongebruikelijke vorm en plakken aan elkaar. Ze vertonen haast geen gelijkenis met de gezonde eierstokcellen.
- de grootte van de tumor
- eventuele uitzaaiingen
Emotionele reactie op de diagnose
Het bericht dat u kanker heeft is meestal emotioneel ingrijpend. Verschillende gevoelens kunnen afwisselend voorkomen. Het ene moment bent u boos, het andere moment verdrietig en op weer een ander moment is er vooral angst en paniek.
Deze gevoelens kunnen zeer verwarrend en intens zijn, maar zijn heel normaal na de schok van de diagnose. Een aantal mensen hebben naast de steun van hun partner, kinderen, naasten en de zorg van artsen en verpleegkundigen, professionele hulp nodig om de situatie het hoofd te kunnen bieden. Aarzel niet om contact op te nemen met één van de hulpverleners.
Onderzoeken
Naast een bloedonderzoek kunnen ook volgende onderzoeken plaatsvinden.
Lichamelijk onderzoek
Door het voelen en bekloppen van de buik kan vocht of een eventueel gezwel van de baarmoeder worden waargenomen. Zo wordt ook nagekeken of er vergrote klieren zijn.
Een vaginaal onderzoek
De gynaecoloog gaat met een of twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik, om de grootte en de ligging van de baarmoeder te voelen. Ook brengt de arts een eendebek (speculum) in de vagina om de vagina en baarmoedermond beter te kunnen zien.
Rectaal onderzoek
De gynaecoloog gaat met één vinger in de endeldarm, om rectovaginale tumoren uit te sluiten.
Vaginale echografie
Een eventuele uitbreiding van de tumor en soms ook uitzaaiingen kunnen zo in beeld gebracht worden.
CT-scan
CT of computertomografie is een apparaat waarmee organen of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven.
Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto’s waarop telkens een ander ‘plakje’ van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze beelden geven een idee van de plaats, grootte en uitbreiding van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Vaak krijgt u vooraf een contraststof te drinken en tijdens het onderzoek wordt contraststof in uw ader ingespoten. Dit kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken en soms een beetje misselijkheid.
MRI
De MRI (Magnetic Resonance Imaging) maakt dwars- of lengtedoorsneden van het lichaam zichtbaar. Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Het apparaat maakt behoorlijk veel lawaai. U krijgt oordopjes en via een intercom blijft u in contact met de verpleegkundige. Soms wordt tijdens het onderzoek via een ader in de arm een contrastvloeistof toegediend.
Behandelingen
De meest toegepaste behandelingen bij baarmoederkanker zijn:
- operatie, vaak met wegname van lymfeklieren. De ingreep kan via een openbuikoperatie uitgevoerd worden of minimaal invasief, via een (robotgeassisteerde) kijkoperatie.
- chemotherapie, een behandeling met celremmende of celdodende medicatie
- bestraling (radiotherapie)
- hormoontherapie
Meestal wordt een combinatie gegeven van chirurgie, radiotherapie of chemotherapie. Wanneer de behandeling tot doel heeft om te genezen wordt dit een curatieve behandeling genoemd. Chemotherapie na een operatie, om (eventuele) niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden, noemt men adjuvante therapie. Chemotherapie voor een operatie, met het doel om de tumor te verkleinen, noemt men neo-adjuvante therapie.
Kan baarmoederkanker uitzaaien?
Kanker van het slijmvlies van de baarmoeder wordt meestal in een vroeg stadium ontdekt, omdat er abnormaal bloedverlies via de schede optreedt. Wanneer baarmoederkanker in het slijmvlies van de baarmoederholte ontstaat, kan de kanker zich plaatselijk uitbreiden naar de spierlaag, naar de baarmoederhals of naar de eileiders en eierstokken. In een later stadium kan de kanker zich ook uitbreiden naar de omliggende organen, zoals de blaas of de darmen. Baarmoederkanker kan zich ook via de lymfbanen verspreiden naar lymfklieren in de buik.
Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeklierweefsel. Dit geheel speelt een belangrijke rol bij de afweer van ons lichaam: de afweer tegen virussen, bacteriën en andere organismen die ons ziek kunnen maken. Lymfevaten worden vanuit het lichaamsweefsel gevuld met een kleurloze vloeistof: lymfe. Die vloeistof vervoert vocht en afvalstoffen uit het lichaam en komt via steeds grotere lymfebanen in de bloedbaan terecht. Voordat het lymfe in het bloed terecht komt is het minstens één lymfeklier gepasseerd. Kankercellen kunnen losgeraken van een tumor en in een lymfevat terechtkomen. Dan kan er in de lymfeklier een nieuwe tumor ontstaan, de uitzaaiing (metastase).